Het klimaat op aarde veranderde radicaal.

Tot die conclusie komen onderzoekers nadat ze de hoeveelheid koolstofdioxide en zwavel die na de inslag in de atmosfeer belandde, nog eens bestudeerden. Het leidt tot nieuwe schattingen die uitwijzen dat er minder CO2, maar drie keer meer zwavel in de atmosfeer terecht kwam dan gedacht. “Deze verbeterde schattingen hebben grote implicaties voor de consequenties die de inslag voor het klimaat had,” stelt onderzoeker Joanna Morgan. “Die kunnen wel eens veel dramatischer zijn geweest dan eerdere studies suggereerden.”

De inslag
Zo’n 66 miljoen jaar geleden sloeg een planetoïde van ongeveer twaalf kilometer groot op aarde in. Daarbij werden enorme hoeveelheden stof, zwavel en CO2 in de atmosfeer geslingerd. Het stof en de zwavel vormden een wolk die het zonlicht tegenhield en de temperatuur op aarde enorm deed afnemen.

Het effect op temperatuur
Een recent onderzoek suggereerde dat de temperaturen daardoor tot wel 26 graden Celsius daalden en dat de temperaturen zeker tot drie jaar na de inslag onder het vriespunt bleven. In dat onderzoek werd ervan uitgegaan dat er zo’n 100 gigaton zwavel en 1400 gigaton CO2 in de atmosfeer terecht kwam. Maar dit nieuwe onderzoek stelt de hoeveelheid zwavel aanzienlijk naar boven bij. De nieuwe schattingen suggereren dat er 325 gigaton zwavel in de lucht terechtkwam. Daarnaast zou ook zo’n 425 gigaton CO2 in de atmosfeer zijn beland. De onderzoekers hebben niet berekend hoe sterk de aarde met deze hoeveelheden CO2 en zwavel afkoelde, maar waarschijnlijk zorgden ze ervoor dat de aarde nog kouder werd dan eerdere studies suggereerden. Ze wijzen er daarbij op dat relatief kleine hoeveelheden zwavel in eerdere studies al tot een enorme afkoeling leidden. En nu blijkt de hoeveelheid zwavel veel hoger uit te vallen, terwijl de hoeveelheid CO2 – een gas dat juist tot opwarming van de aarde leidt, doordat het warmte gevangen houdt op aarde – veel kleiner blijkt te zijn.

Simulaties
Maar hoe komen onderzoekers tot deze nieuwe schattingen? Ze simuleerden de inslag en keken welke gassen er vrijkwamen. Daarbij maakten ze gebruik van een iets andere hoek van inslag: recente studies hebben deze namelijk bijgesteld van 90 naar 60 graden. En die herziene hoek leidt in de simulaties tot het vrijkomen van meer zwavel. Bovendien keken de onderzoekers alleen naar gassen die met een minimale snelheid van 1 kilometer per seconde omhoog bewogen. Gassen met lagere snelheden reiken niet hoog genoeg om in de atmosfeer te kunnen blijven en het klimaat te beïnvloeden.

Aangenomen wordt dat de inslag die zo’n 66 miljoen jaar geleden plaatsvond, leidde tot een massa-extinctie. Daarbij zou tot 75 procent van alle planten- en diersoorten op aarde – waaronder de dinosaurussen – zijn uitgestorven. Dit nieuwe onderzoek onderschrijft de hypothese dat de inslag een grote rol speelde in die massa-extinctie. De extreem lage temperaturen moeten een vernietigend effect hebben gehad op het leven op aarde, aldus de onderzoekers.