Het ISS wordt morgen in een nieuwe baan om de aarde gebracht om te voorkomen dat het in botsing komt met stukken van een Japanse satelliet. Dat melden Russische bronnen.

Het is onduidelijk hoe groot de brokstukken zijn, zo meldt het Russische persbureau Ria Novosti. De keuze om het ISS te verplaatsen, is gemaakt door Russische en Amerikaanse experts.

André Kuipers
Morgenochtend vroeg start het ruimtestation de raketten en begeeft zich naar een andere baan om de aarde. Het is niet ongewoon dat het ISS bedreigd wordt door ruimtepuin. Op 24 maart van dit jaar kreeg onze eigen André Kuipers er nog mee te maken. Toen week het ISS echter niet uit. “Vrijdag (23 maart, red.) kregen we te horen dat er een stuk ruimtepuin dicht in de buurt van het ISS zou komen,” schrijft Kuipers hierover in zijn blog. “En dat er te weinig gegevens waren om een uitwijkmanoeuvre te maken. Het ruimteschroot bleek te zijn van een oude Russische satelliet. De baan was slecht te voorspellen, maar het zou op zo’n tien kilometer afstand voorbij komen. Dat betekent code rood.” Kuipers en zijn collega’s schuilden in twee Sojoez-ruimteschepen waarmee ze als het puin het ISS raakte toch nog veilig op aarde terug konden keren. Het liep echter goed af. Het puin raakte het ISS niet.

Afval
Ruimteafval vormt een steeds groter wordend gevaar voor ruimtemissies. Inmiddels zouden er in een baan om de aarde zo’n 16.000 stukjes afval met een diameter van tien centimeter of groter zweven. Het zijn oude satellieten of onderdelen of soms zelfs maar schilfers van oude satellieten. En niet alleen stukken van tien centimeter of groter vormen een gevaar voor ruimtemissies: ook kleine stukjes kunnen desastreus zijn, aangezien ze met enorme snelheden op ruimtesondes kunnen botsen.

China
Het meeste ruimteafval is overigens van Chinese komaf. Dat komt doordat het land een kapotte weersatelliet met een raket aan stukken heeft geschoten. Hierdoor werden in één klap 2800 zwevende scherven gecreëerd. Maar niet alleen de Chinezen zijn grote vervuilers. Ook de VS en Rusland kunnen er wat van: samen zijn ze naar schatting verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het ruimteafval.

Zoals gezegd neemt het ruimteafval alleen maar toe. En dat maakt ambitieuze ruimtemissies lastig: eerst moeten deze zich namelijk door een soort mijnenveld belegd met afval bewegen. Gelukkig wordt er hard gewerkt aan een oplossing. Zo werken de Zwitsers aan een satelliet die ruimteafval vastgrijpt en verwijdert. De Duitsers werken aan een bezemwagen voor in de ruimte die oude satellieten van nieuwe brandstof kan voorzien of ze weg kan takelen. Maar afrekenen met ruimteafval is zo gemakkelijk nog niet. Niet alleen technologisch komt er heel wat bij kijken. Ook politiek ligt het gevoelig. Zo hebben sommige landen er moeite mee dat andere landen in een poging afval op te ruimen de hand leggen op hun (oude) satellieten en technologie. Ook vinden sommige landen het verontrustend dat landen de technologie hebben om oude satellieten uit een baan om de aarde te halen. Want als deze landen oude satellieten kunnen verwijderen, kunnen ze ook goed werkende satellieten uit de lucht halen en zo bijvoorbeeld de communicatie in een land plat leggen.