Het wereldwijde web zou ervoor zorgen dat we er niet meer zo van overtuigd zijn dat één religie het bij het juiste eind heeft.

Ook zijn we door het gebruik van internet minder sterk geneigd om een specifieke religieuze traditie aan te hangen, zo stelt een Amerikaanse onderzoeker op basis van enquêtes. Zijn bevindingen zijn terug te vinden in het blad Journal for the Scientific Study of Religion.

Spelen
Onderzoeker Paul McClure denkt de resultaten ook wel te kunnen verklaren. Zo zou het internet ons aanmoedigen om meer te gaan ‘spelen’ met religie. “Mensen voelen zich niet langer verbonden aan instituten of een religieus dogma,” vertelt hij. “Vandaag de dag zien we – deels misschien doordat we zoveel tijd online brengen – onszelf als het gaat om deelname aan een religie meer als vrije mensen die wat kunnen spelen met verschillende religieuze ideeën – soms zelfs heel verschillende of conflicterende religies – alvorens we besluiten hoe we willen leven.” Hij illustreert dat aan de hand van een voorbeeldje: de millennials. Velen van hen worden – als het gaat om religie – beïnvloed door hun ouders (baby boomers). “Maar het internet stelt ze tegelijkertijd bloot aan een veel breder scala aan religieuze tradities en overtuigingen en kan ze aanmoedigen om hun kijk op de wereld te veranderen, te experimenteren met hun overtuigingen of misschien zelfs een minder exclusief beeld van hun religie te krijgen.”

“Hoe meer tijd iemand online doorbrengt, hoe groter de kans is dat die persoon geen religie aanhangt”

Onderzoek
McClure baseert zijn – voorzichtige – conclusies op een onderzoek onder 1714 volwassen Amerikanen uit verschillende delen van de VS. De proefpersonen kregen verschillende vragen voorgelegd. Zo moesten ze bijvoorbeeld aangeven hoe vaak ze deelnamen aan religieuze activiteiten (van kerkbezoek tot koorrepetities) en hoeveel uren ze online waren of tv keken. Ook moesten ze aangeven of ze bij een bepaalde religieuze groep hoorden (en zoja, welke). Tevens werd ze gevraagd om te reageren op een aantal stellingen, zoals: ‘Alle gelovigen wereldwijd aanbidden dezelfde God’. Ook werd gekeken naar de leeftijd, het geslacht, opleidingsniveau en stemgedrag van mensen. Verschillende van die laatstgenoemde factoren bleken van invloed te zijn op de religieuze overtuigingen (of een gebrek daaraan). Maar er dook ook een duidelijk verband op tussen internetgebruik en religie: “hoe meer tijd iemand online doorbrengt, hoe groter de kans is dat die persoon geen religie aanhangt”.

McClure is de eerste om te erkennen dat de studie zijn beperkingen heeft. Zo is de groep onderzochte mensen vrij klein. En ook is er alleen gekeken naar de tijd die mensen op internet doorbrengen, niet naar wat ze in die tijd precies doen. Toch denkt McClure dat het onderzoek wetenschappers kan helpen om een beter beeld te krijgen van de impact die technologie op religieuze overtuigingen heeft. Tegelijkertijd geeft hij aan dat het lastig blijft om dat te onderzoeken. Niet in de laatste plaats, omdat het online landschap aan grote verandering onderhevig is. Zo hebben de chatrooms de afgelopen tien jaar plaats moeten maken voor sociale media en vindt tv kijken nu ook steeds vaker online plaats. Doordat onze omgang met het medium verandert, is het lastig om op wat langere termijn vast te stellen wat zo’n medium met ons doet.