De Anasazi (Pueblovolk) van Chaco Canyon importeerden duizend jaar geleden mais om alle inwoners van voedsel te voorzien. Dit beweren onderzoekers van de universiteit van Colorado.

Rond het jaar 1100 woonden er duizenden mensen in Chaco Canyon in de Amerikaanse staat New-Mexico. Dit stadje was het politieke centrum van een gebied dat zes keer zo groot was als Nederland.

Het is een raadsel hoe de inwoners in leven bleven. De grond van Chaco Canyon was namelijk te zout om voedsel te verbouwen, zoals bonen en mais. “Er zijn daarom twee mogelijkheden”, zegt curator Larry Benson van het Natuurhistorisch Museum van de universiteit van Colorado. “Er woonden minder mensen dan we denken of het Pueblovolk importeerden voedsel.”

Benson beweert dat de Anasazi naar het westen van Chaco Canyon reisden om mais te halen. Op de bergflank Chuska Slope – zo’n 80 kilometer van de nederzetting – stonden genoeg bomen om huizen te bouwen. Waarschijnlijk woonden hier rond het jaar 1130 zo’n 11.000 tot 17.000 Anasazi. In het voorjaar smolt de sneeuw en ontstonden er vruchtbare gebieden op de bergflank om mais te telen.

Volgens Benson was er sprake van ruilhandel. De inwoners van Chuska Slope ruilden mais en hout voor andere objecten, zoals stenen en aardewerk.

Toch is het nog steeds verbazingwekkend dat er duizend jaar geleden een stad is ontstaan in een gebied met lange winters, weinig regen en een extreem kort groeiseizoen. “Niemand weet waarom deze stad bestond”, concludeert Benson. “Chaco Canyon is nooit een Hof van Eden geweest.”