Middels de ‘krabbels’ – die eerder door een kunsthistoricus als ‘irrelevant’ waren bestempeld – beschreef Da Vinci voor het eerst de wetten van frictie, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

Tot die conclusie komt onderzoeker Ian Hutchings, verbonden aan de universiteit van Cambridge. Hij boog zich over een klein notitieboekje van Da Vinci dat uit 1493 stamt en tal van aantekeningen en tekeningetjes bevat. En één van de pagina’s bleek een belangrijke natuurkundige ontdekking te herbergen. Op de betreffende pagina beschreef Da Vinci voor het eerst zijn inzichten omtrent de wetten van frictie.

De wetten
Het is algemeen bekend dat Da Vinci als eerste systematisch onderzoek deed naar wrijving en daarmee de basis legde voor de tribologie (wrijvingskunde). Maar hoe en wanneer hij deze ideeën ontwikkelde, was onduidelijk. Tot Hutchings zich erover boog. “De schetsen en tekst laten zien dat Leonardo de beginselen van frictie in 1493 begreep,” vertelt Hutchings. “Hij wist dat de wrijving tussen twee langs elkaar glijdende oppervlakken in verhouding is met de kracht waarmee de oppervlakken tegen elkaar worden gedrukt en dat de wrijving onafhankelijk is van het schijnbare contactoppervlak tussen de twee oppervlakken. Dat zijn de ‘wetten van frictie’ die we tegenwoordig veelal toeschrijven aan een Franse wetenschapper – Guillaume Amontons – die zo’n 200 jaar later werkte.”

Geen plagiaat
Heeft Amontons zich dan soms de ideeën van Da Vinci eigen gemaakt? Zeker niet, zo stelt Hutchings. Hoewel Da Vinci zonder twijfel de wetten van frictie ontdekte, had zijn werk geen invloed op de ontwikkelingen omtrent dit onderwerp die in de eeuwen daarna volgden. En Amontons kan onmogelijk op de hoogte zijn geweest van de bevindingen van Da Vinci.

Toepassing
Het onderzoek van Hutchings laat zien dat Da Vinci zeker twintig jaar onderzoek deed naar wrijving en bevestigt nog maar eens dat hij een pionier was. Waarschijnlijk experimenteerde hij volop om tot zijn bevindingen te komen. En die bevindingen gebruikte hij om te achterhalen hoe wielen, assen en schroefdraden – stuk voor stuk belangrijke onderdelen van de ingewikkelde machines die hij bouwde – zich gedroegen. In andere woorden: hij paste zijn inzichten toe tijdens de bouw van deze machines.

Grappig genoeg is Hutchings zeker niet de eerste die zich over dit notitieboekje van Da Vinci buigt. In de jaren twintig van de vorige eeuw deed de directeur van het Victoria and Albert Museum in London dat ook al eens. Hij beschreef de aantekeningen en tekeningen die in het onderzoek van Hutchings centraal staan echter als ‘irrelevant’.