Wetenschappers wijzen de plekken aan waar we hard bewijs voor de start van het Antropoceen kunnen vinden.

Officieel leven we momenteel in het Holoceen. Maar als het aan een internationale werkgroep ligt, gaat dat veranderen. De groep pleit er namelijk al sinds 2009 voor om een nieuw tijdperk te omarmen: het tijdperk waarin de mens een overweldigende impact heeft op onze planeet. Een naam hebben de leden van de werkgroep ook al: het Antropoceen. Dit tijdperk zou inmiddels zo’n 65 jaar jong zijn en dus na de Tweede Wereldoorlog zijn gestart.

Geologische signalen
Maar officieel moet nog bewezen worden dat dit nieuwe tijdperk daadwerkelijk is aangebroken. En dat is nog niet zo gemakkelijk. Het vereist namelijk dat we de start van dat Antropoceen – en dus het einde van het Holoceen – duidelijk terugzien in aardlagen wereldwijd. Dat is in theorie geen probleem: er zijn volgens onderzoekers duidelijke ‘geologische signalen’ die de start van het Antropoceen inluiden. Denk bijvoorbeeld aan radioactieve neerslag door toedoen van atoomtesten en een stijging van de CO2-concentratie door het verbranden van fossiele brandstoffen.

Onder water
Maar waar laten die (en andere) antropocene gebeurtenissen nu het duidelijkste, scherpste en meest stabiele signaal achter in die aardlagen? Dat hebben onderzoekers nu uitgezocht. Hun studie – verschenen in het blad Earth-Science Reviews – laat zien dat we daarvoor onder meer onder water moeten kijken. Naast afzettingen in meren en op zeebodems getuigen bijvoorbeeld ook skeletten van koraalriffen van een door mensen gedomineerde wereld. “Deze studie overweegt plekken waar de heel korte geschiedenis van het Antropoceen het best is vastgelegd,” vertelt onderzoeker Colin Waters. “In aanvulling op traditionele geologische lagen, hebben we ook door mensen gegenereerde afzettingen, afzettingen in meren, riviermondingen, delta’s, veengebieden, mineraalafzettingen in grotten en zelfs biologische ‘gastheren’ zoals koraal en bomen overwogen.”

Groeiring
Het meest aantrekkelijk zijn omgevingen die jaarlijks een nieuwe laag verwerven en vervolgens niet verstoord worden (vandaar dat juist de zeebodem en diepe meren zo geschikt zijn). Ook organismen met groeilagen of -ringen die nauwelijks door de tijd worden aangetast (zoals onder water gelegen riffen bijvoorbeeld) zijn aantrekkelijk. Onderzoeker Jan Zalasiewicz vertelt dat het onderzoek laat zien dat er keuze zat is. “Er zijn heel veel plekken waar het Antropoceen gedefinieerd kan worden. Nu moet er een hoop werk verzet worden: we moeten de meest veelbelovende locaties heel gedetailleerd bestuderen, om te achterhalen hoe het Antropoceen duidelijk en nauwkeurig wereldwijd herkend kan worden.” “Het scala aan omgevingen waar wij mee werken, is opmerkelijk,” voegt onderzoeker Mark Williams toe. “Van poolijs en sneeuwlagen tot diepe meren en zeebodems tot de skeletten van koraalriffen en stalactieten in grotten. Het feit dat de signalen van het Antropoceen zo duidelijk zichtbaar zijn in al deze bronnen laat zien hoe alomtegenwoordig de menselijke impact op de planeet na de oorlog is geworden.”

Hoewel het bewijs voor het Antropoceen dus voor het opscheppen lijkt te liggen, is nog lang niet bewezen dat dit tijdperk officieel erkend wordt. Het kan nog wel enkele jaren duren voor onderzoekers voldoende bewijs hebben gevonden om hun claim te onderbouwen. En dan kan deze alsnog verworpen worden door de commissie die over dergelijke zaken gaat: de Subcommission on Quaternary Stratigraphy of the International Commission on Stratigraphy.