Nieuw onderzoek wijst uit dat Oost-Antarctica bijna zes miljoen Adéliepinguïns herbergt: dat zijn er 3,6 miljoen meer dan gedacht.

Dat stelt een internationaal team van onderzoekers. Hun studie richt zich op een 5000 kilometer lang stuk kust, te vinden in Oost-Antarctica. De onderzoekers maakten om tot hun schatting te komen gebruik van observaties van onderzoekers die op Antarctica zijn geweest, observaties die vanuit de lucht zijn gedaan, data verkregen door pinguïns te taggen en geautomatiseerde camerabeelden die tijdens verschillende broedseizoenen zijn gemaakt.

Broeden
Uit het onderzoek blijkt dat in het bestudeerde gebied zo’n 5,9 miljoen Adéliepinguïns wonen. Dat zijn er miljoenen meer dan gedacht. Hoe kan dat? Volgens de onderzoekers heeft het ermee te maken dat tijdens eerdere tellingen alleen de broedende Adéliepinguïns werden geteld. “Niet-broedende vogels zijn lastiger te tellen, omdat ze op zoek zijn naar voedsel op zee, in plaats van op het land in koloniën te nestelen,” vertelt onderzoeker Louise Emmerson. “Maar ons onderzoek in Oost-Antarctica heeft aangetoond dat niet-broedende Adéliepinguïns net zo of zelfs overvloediger voorkomen dan de broedende Adéliepinguïns.”

Contact met mensen
Het onderzoek suggereert tevens dat veel meer pinguïns dan gedacht op Antarctica in aanraking kunnen komen met mensen. De onderzoekers wijzen erop dat de rotsachtige, ijsvrije plekken waar deze pinguïns graag broeden ook de plekken zijn waar mensen graag hun onderzoeksstations neerzetten. “Er zijn op dit moment negen bezette onderzoeksstations in de ijsvrije gebieden van Oost-Antarctica en we hebben ontdekt dat meer dan 1 miljoen vogels, oftewel 29 procent van de populatie binnen tien kilometer afstand van een station te vinden is en 44 procent bevindt zich binnen 20 kilometer afstand van een station,” stelt onderzoeker Colin Southwell.

Prooien
In hun studie komen de onderzoekers ook met een schatting van de hoeveelheid voedsel die deze miljoenen pinguïns nodig hebben. “Naar schatting wordt er door de Adéliepinguïns die tijdens het broedseizoen in Oost-Antarctica broeden 193.500 ton krill en 18.800 ton vis gegeten,” vertelt Emmerson. Daarnaast komen de onderzoekers ook met een nieuwe schatting van het aantal pinguïns dat wereldwijd te vinden is. Voortbordurend op de schatting dat Oost-Antarctica bijna zes miljoen Adéliepinguïns herbergt, schatten de onderzoekers dat wereldwijd 14 tot 16 miljoen Adéliepinguïns leven.

De studie kan volgens de onderzoekers een beter beeld geven van wat de pinguïns nodig hebben. “Door belangrijke populaties broedende pinguïns nabij onderzoeksstations te identificeren, kunnen we beter vaststellen welke gebieden in de toekomst wellicht beter beschermd moeten worden,” legt Southwell uit. Doordat de studie ook aangeeft hoeveel voedsel de pinguïns nodig hebben, kan deze tevens gebruikt worden om grenzen te stellen aan de hoeveelheid vis en krill er voor de kust van Oost-Antarctica er door mensen gevangen mag worden.