Sommige onderzoekers achten het mogelijk dat er een exotische vorm van leven is op de verre ijswereld Titan, één van Saturnus’ manen. Iets op Titan eet namelijk waterstof- en acetyleenmoleculen. Het kan natuurlijk ook een niet-biologische reactie zijn.

De ruimtesonde Cassini, die regelmatig langs Titan scheert, stelde de verdwijning van de moleculen vast met haar instrumenten. Dit proces kan ontstaan door organismen, die actief waterstof en acetyleen opnemen.

Het is mogelijk dat deze organismen zich bevinden in de grote meren van methaan en ethaan – de enige stoffen die vloeibaar blijven op het ijskoude Titan. Toch kan ook de invloed van het zonlicht of kosmische straling de organische moleculen hebben veranderd. De biologische verklaring wordt dan ook vooralsnog beschouwd als een laatste uitweg, voor het geval alle ‘normale’ verklaringen tekort schieten.