Wat in de tropen gebeurt, blijft niet in de tropen.

El Niño is eigenlijk niets anders dan een periodieke opwarming van oceaanwater langs de evenaar in de oostelijke Stille Oceaan. En het is een behoorlijke opwarming: soms is het water aan het oppervlak tijdens El Niño tot wel drie graden Celsius warmer dan normaal. Die opwarming heeft een enorme impact op de tropen en kan zelfs (een kleine) invloed uitoefenen op het weer in onder meer Europa, Noord-Amerika en Oost-Australië. Nieuw onderzoek toont nu echter aan dat de invloed van El Niño – en tegenhanger La Niña, waarbij de watertemperaturen in hetzelfde gebied lager zijn dan normaal – veel verder reikt. De periodieke opwarming en afkoeling van zeewater in de troepen blijkt namelijk zelfs van invloed te zijn op ijsplaten in Antarctica. “Wij hebben voor het eerst het effect dat El Niño op de ijsplaten in West-Antarctica heeft, beschreven” vertelt onderzoeker Fernando Paolo.

Smelt en sneeuwval
Wetenschappers hebben ontdekt dat een sterke El Niño ervoor zorgt dat ijsplaten voor de kust van West-Antarctica er aan het oppervlak massa bij krijgen, maar tegelijkertijd aan de onderzijde smelten. En dat smelten gaat harder: de ijsplaten verliezen tot wel vijf keer meer massa door smelt van onderaf dan dat ze er door toegenomen sneeuwval van bovenaf bij krijgen. Tijdens La Niña lijkt het net andersom te zijn en krijgen de ijsplaten er meer massa bij dan ze van onderaf kwijtraken.

Wind
De onderzoekers trekken die conclusies op basis van satellietgegevens. Een verdere analyse van die gegevens stelt ze ook in staat om te verklaren wat ze zien. Zo blijkt een krachtige El Niño de windpatronen in West-Antarctica zo te veranderen dat er warm oceaanwater naar de ijsplaten gedreven wordt. Dat water zorgt ervoor dat de ijsplaten – die op het water drijven – van onderaf gaan smelten. Tegelijkertijd zorgen die winden ervoor dat de sneeuwval toeneemt, waardoor de ijsplaten aan massa winnen. Maar de atmosfeer blijkt dus niet meer massa aan de ijsplaten toe te voegen dan de oceaan van onderaf wegneemt.

23 jaar
De satellietgegevens waar de onderzoekers zich op baseren, beslaan een periode van zo’n 23 jaar. In die periode nam de hoogte van de ijsplaten in de Amundsenzee aan de westkust van Antarctica met zo’n 20 centimeter per jaar af. Dat is grotendeels te wijten aan smelt van onderaf. De intense El Niño in de jaren 1997-1998 zorgde ervoor dat de hoogte van de ijsplaten met meer dan 25 centimeter toenam. Dat is dus te wijten aan toegenomen sneeuwval. Maar die sneeuw bevat veel minder water dan ijs doet. Dus kijken we naar de massa van de ijsplaten, dan zien we dat die nauwelijks toeneemt. Sterker nog: rekening houdend met de smelt van onderaf blijkt de massa in El Niño-jaren zelfs af te nemen.

Het smelten van ijsplaten draagt niet bij aan een stijgende zeespiegel, omdat deze ijsplaten reeds op het water drijven. Een zeespiegelstijging wordt veroorzaakt door smelt van ijs dat op het land ligt. Indirect spelen ijsplaten daarin echter wel een rol: met hun enorme omvang en massa voorkomen ze dat achterliggend landijs gemakkelijk in zee kan stromen. Als ijsplaten massa verliezen of compleet verdwijnen, kan het ijs op het land dus ook versneld in de oceaan belanden. Daarom is het met het oog op zeespiegelstijging toch heel belangrijk om onderzoek te doen naar de ijsplaten en de veranderingen die deze ondergaan. Dat zorgt er volgens onderzoeker Helen Fricker namelijk voor dat we een beter beeld krijgen van wat er met het landijs gaat gebeuren. “De heilige graal van al dit werk is het verbeteren van de voorspellingen omtrent zeespiegelstijging.”