Mensen willen gezond voedsel van hoge kwaliteit. Daarnaast smacht de wereld naar meer agrarische biodiversiteit. En daarmee is er weer plaats gekomen voor ‘vergeten’ tarwe, menen onderzoekers.

In een opiniestuk in het blad Trends in Plant Science pleiten twee Duitse onderzoekers ervoor om de vergeten tarwesoorten zoals eenkoorn en emmertarwe een tweede kans te geven. Duizenden jaren lang voorzagen deze en andere vergeten tarwesoorten een groot deel van de wereldbevolking van voedsel. Maar de groene revolutie en de opkomst van de industriële landbouw zorgden ervoor dat de soorten in de vergetelheid raakten. Beide ontwikkelingen hadden namelijk een voorkeur voor sterke gewassen die tijdens een regenbuitje niet ter aarde storten en tevens – voor zover mogelijk – garant staan voor een zeer grote oogst. Soorten die niet aan die eisen voldeden, verdwenen.

Kwetsbaar
Voor zover we weten zijn er op aarde zo’n 30.000 eetbare plantensoorten. Maar slechts 30 ervan voeden de wereldbevolking en slechts vijf graansoorten zijn samen verantwoordelijk voor zo’n 60 procent van de energie-inname van de wereldbevolking. Van die weinige soorten worden er maar een paar op grote schaal verbouwd. En dat is een probleem. “Deze extreme focus op enkele soorten heeft geleid tot een enorm verlies aan biodiversiteit, wat weer leidde tot het uitsterven van soorten, kwetsbare ecosystemen en moeite om aan de toekomstige vraag naar voedsel te voldoen, omdat de genetische variatie die soorten helpt om zich aan te passen aan een veranderend klimaat en ziekten, verloren is gegaan. Daarnaast zijn traditionele gerechten, recepten en gebruiken in het bereiden van voedsel verdwenen, wat resulteert in een afname in de voedseldiversiteit,” aldus de onderzoekers.

Genenbanken
Vandaag de dag vinden we die soorten bijna alleen nog in genenbanken. En daar moet verandering in komen, zo vinden Duitse onderzoekers. De markt is klaar voor de herintroductie van ‘vergeten’ tarwesoorten. “Mensen zijn geïnteresseerd in diversiteit, in iets met meer smaak, met gezondere ingrediënten en oude tarwesoorten hebben interessante dingen te bieden,” stelt onderzoeker Friedrich Longin.

Analyse
De onderzoekers pleiten ervoor om de vele tarwesoorten die in genenbanken verstopt zitten, te analyseren en op zoek te gaan naar ‘vergeten’ soorten die het meest geschikt zijn voor herintroductie. Het gaat dan om soorten die onder meer goed bestand zijn tegen ziekten, een hoge voedingswaarde en unieke smaak hebben.

Eenkoorn
Longin en zijn collega Tobias Würschum geven alvast het goede voorbeeld. Ze bestudeerden honderden variaties van emmertarwe en eenkoorn en testten de 15 beste kandidaten op vier verschillende locaties in Duitsland. Op basis van hun onderzoekje pleiten de wetenschappers voor een holistische benadering van ‘vergeten’ tarwesoorten. In andere woorden: we moeten niet direct afhaken als blijkt dat de soort een minpuntje heeft. “Wanneer je kijkt naar eenkoorn ziet het er fantastisch uit in het veld, maar de opbrengst is beperkt en eenkoorn gaat liggen als het regent. Maar we ontdekten dat eenkoorn zoveel gezonde ingrediënten bevat en dat proef en zie je zelfs in het eindproduct,” stelt Longin.

Geen oplossing voor het voedselprobleem
“Deze oude soorten zullen amper een bijdrage kunnen leveren aan het voeden van de wereldbevolking, omdat hun opbrengst vaak klein is en ze niet geschikt zijn voor moderne landbouwmethoden,” zo erkennen de onderzoekers in hun opiniestuk. Maar de soorten zijn wel heel geschikt om op kleine schaal verbouwd te worden. “In ontwikkelde landen neigen consumenten naar voedsel met een hoge kwaliteit dat lokaal en niet op grote verbouwd wordt en leidt tot nieuwe en interessante producten en smaken.” Met de herintroductie van ‘vergeten’ tarwesoorten heeft de consument dus meer te kiezen. Daarnaast – en dat is nog veel belangrijker – neemt de agrarische biodiversiteit toe. Dat is van groot belang, omdat de voedselvoorziening wanneer we maar op enkele graansoorten bouwen, kwetsbaar is (zie kader). “Het is de moeite waard om wat vaker in de genenbanken te kijken om te zien welke soorten daar ‘slapen’ en door de industrie zijn vergeten,” vindt Longin.

Dat de herintroductie van een ‘vergeten’ soort niet heel lastig hoeft te zijn, is onlangs al bewezen, zo benadrukken de onderzoekers. Ze halen hierbij spelt aan. Tot aan het begin van de 20e eeuw was spelt het belangrijkste graangewas in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. In de jaren die volgden, verdween spelt bijna helemaal. Maar in de jaren zeventig kwam de ‘oude’ soort weer terug. En hoe: in en rondom Duitsland wordt jaarlijks op meer dan 100.000 hectare grond spelt verbouwd.