Astronomen vermoeden dat ons zonnestelsel niet is ontstaan nabij een supernova, maar bij een zogenoemde Wolf-Rayet-ster.

Wolf-Rayet-sterren zijn meer dan twintig keer zo zwaar als de zon en raken door toedoen van krachtige sterrenwinden veel materie kwijt. Deze sterren zijn zeer heet en bevinden zich in de laatste fase van hun leven. Zo zijn ze de buitenste laag waterstof al bijna kwijt. Als een Wolf-Rayet-ster een deel van zijn gas in de ruimte slingert, botst dit gas met andere materie (van stofdeeltjes tot eventuele planeten) in de omgeving van de ster. Hierdoor ontstaat er een gasbel met een dichte schil.

“In zo’n schil kunnen sterren geboren worden, omdat gas en stof geen kant op kunnen en mogelijk condenseren in sterren”, vertelt professor Nicolas Dauphas, die al zeker vijf jaar op zoek is naar een alternatieve theorie over de geboorte van ons zonnestelsel. Dauphas en zijn collega’s vermoeden dat één tot zestien procent van alle zonachtige sterren gevormd worden in zulke gasschillen.


Deze simulatie laat zien hoe gasbellen ontstaan bij een Wolf-Rayet-ster. Van het begin tot het einde van deze simulatie verstrijkt 4,7 miljoen jaar.

Veel aluminium-26, weinig ijzer-60
Mogelijk hoort ons zonnestelsel tot deze groep. In het jonge zonnestelsel was er opvallend veel aluminium-26 en weinig ijzer-60. Dit blijkt uit de analyse van meteorieten uit het jonge zonnestelsel. Als ons zonnestelsel het product was van een supernova, dan zouden beide isotopen rijkelijk aanwezig moeten zijn.

En dan komen we weer bij Wolf-Rayet-sterren. Deze sterren slingeren veel aluminium-26 weg, maar geen ijzer-60. Dit zou verklaren waarom er tot nu toe weinig ijzer-60 is aangetroffen in ons zonnestelsel.

Waar is onze moeder-moederster?
Stel dat deze theorie klopt, dan kunnen we de ‘moeder’ van ons zonnestelsel niet meer zien. De desbetreffende Wolf-Rayet-ster is al lang geleden geëxplodeerd of in elkaar gestort en een zwart gat geworden.