Nog even en kinderen worden geboren uit huidcellen. Angstaanjagend of fantastisch?

Het is bijna niet voor te stellen, maar zo’n 150 jaar geleden wist eigenlijk niemand hoe een baby precies ontstond. Pas in 1876 ontdekte een Duitse bioloog dat de bevruchting bestond uit een samensmelting van een zaad- en eicel. Vele onderzoekers hebben op dat inzicht voortgeborduurd en het resulteert anno 2017 in een breed scala aan mogelijkheden voor mensen met een diepe, maar lastig te vervullen kinderwens. Er is IUI, IVF, ICSI, de mogelijkheid van zaad- en eiceldonatie, een baarmoedertransplantatie of draagmoeder. En achter de schermen wordt momenteel gewerkt aan misschien wel de grootste vruchtbaarheidsrevolutie ooit: in-vitrogametogenese (kortweg IVG). “Dit gaat de voortplanting op zijn kop zetten,” voorspelt Petra de Sutter, arts-gynaecoloog in het UZ Gent en co-auteur van het onlangs verschenen boek ‘De maakbare baby‘. “Als dit er komt, is niks meer zoals het was.”

IVG
IVG stelt artsen in staat om ei- en zaadcellen te kweken uit huidcellen. Het is een vrij ingewikkeld proces, maar kortgezegd gaat het als volgt: men neemt wat huidweefsel weg bij de wensouder(s) en herprogrammeert de huidcellen die hierin zitten tot stamcellen die nog alle richtingen uit kunnen. En die stamcellen stimuleer je – door verschillende stofjes toe te voegen – vervolgens om uit te groeien tot een ei- of zaadcel. “Het is een revolutionair idee,” vindt De Sutter. Voorlopig kan het echter alleen bij muizen. Een jaar geleden maakten Japanse onderzoekers eicellen uit de staart van een muis, bevruchtten deze via IVF en mochten korte tijd daarna een aantal gezonde muisjes verwelkomen. En in China werden vorig jaar voor het eerst gezonde muisjes geboren die ontstaan waren uit zaadcellen die weer afkomstig waren uit stamcellen. Hoewel het onderzoek nog in de kinderschoenen staat, lijkt het een kwestie van tijd voor IVG ook een optie is voor de mens. “Er is nog een lange weg te gaan, maar het is wel denkbaar dat we dit over tien jaar in een kliniek gaan toepassen.”

“Een vrouw met een kinderwens kan haar eigen eicellen bevruchten met zaadcellen die uit haar eigen huid gekweekt zijn”

Natuurlijke grenzen verdwijnen
En dat verandert alles. “De natuurlijke grenzen van de vruchtbaarheid vallen weg,” stelt De Sutter. Nu is voor vrouwen die eind dertig of begin veertig zijn en een kinderwens hebben, haast geboden. Maar als je eicellen uit je huidcellen kunt oogsten, kun je in theorie zelfs enige tijd na de menopauze nog kinderen op de wereld zetten. “Dat spreekt tot de verbeelding.” Daarnaast stelt IVG homoseksuele stellen in staat om een genetisch eigen kind te krijgen. Want onderzoek heeft uitgewezen dat het misschien mogelijk is om uit huidcellen van mannelijke muizen eicellen te maken en uit huidcellen van vrouwelijke muizen kunnen wellicht zaadcellen worden gemaakt. Dus een lesbisch stel hoeft dan geen beroep meer te doen op een zaaddonor en een homostel is niet meer afhankelijk van een eiceldonatie. Datzelfde geldt overigens voor alleenstaande wensouders. Want met IVG wordt ook de solo-voortplanting mogelijk. Een vrouw met een kinderwens kan haar eigen eicellen bevruchten met zaadcellen die uit haar eigen huid gekweekt zijn. Op vergelijkbare wijze kan ook de man eicellen kweken om zijn zaadcellen op los te laten (hij zal dan alleen nog wel een draagmoeder nodig hebben).

Lesbische stellen kunnen dankzij IVG een genetisch eigen kind krijgen, maar het geslacht van dat kind staat dan wel op voorhand al vast: het zal altijd een meisje zijn, omdat de wensouders geen Y-chromosoom hebben. Ook een vrouw die haar eicellen bevrucht met zaadcellen gemaakt uit haar eigen huid, zal alleen maar dochters kunnen krijgen. Homoseksuele mannen kunnen zowel een jongen als een meisje krijgen, omdat mannen zowel het Y- als X-chromosoom bezitten.

IVF wordt overbodig
Het klinkt futuristisch. “Maar we moeten ons geen illusies maken: als het kan, gaat het gebeuren,” stelt De Sutter. Maar eerst zullen er aan een aantal voorwaarden moeten zijn voldaan. “Het moet veilig, efficiënt en betaalbaar zijn.” En als het zover is, komt alles op zijn kop te staan. “We gaan dan bijvoorbeeld gewoon geen IVF meer doen. Want daarbij moeten we veertien dagen lang – met alle ongemakken van dien – hormonen inzetten om misschien tien eicellen te verkrijgen, waarmee een vrouw dan – afhankelijk van haar leeftijd – 20, 30 of 40 procent kans heeft op een zwangerschap.” Waarom zouden we die moeite nog doen als er uit één huidbiopt – ongeacht de leeftijd van de vrouw – misschien honderden eicellen kunnen worden gehaald? Ook de ei- en zaadceldonatie lijkt dan overbodig te worden.

Wie zich solo-voortplant, creëert geen klonen van zichzelf. Onze geslachtscellen dragen namelijk een mix van genetische kenmerken van onze ouders mee en die kenmerken worden tijdens de solo-voortplanting flink door elkaar geschud om uiteindelijk in het nageslacht te belanden. Geen klonen dus, maar ook geen instroom van nieuw genetisch materiaal en daarmee wordt de genetische variatie ondermijnd.

De solo-voortplanting
Voor het zover is, is er nog veel onderzoek nodig. Maar ook buiten het lab moet er nog een hoop gebeuren. Zo zijn er veel (ethische) vraagstukken om over na te denken. Eén zo’n vraagstuk dat De Sutter met name bezighoudt, is de solo-voortplanting. “Daar kom ik maar niet uit,” vertelt ze. Haar bezwaren zijn zowel ethisch als wetenschappelijk van aard. Zo maakt ze zich zorgen over eventuele kinderen die uit de solo-voortplanting voortkomen. “Wanneer een broer en zus een kind krijgen, geven ze dat kind allerlei recessieve mutaties mee die afwijkingen kunnen veroorzaken.” Een soortgelijk probleem ontstaat als je jezelf gaat bevruchten: “Eigenlijk is hier sprake van een ‘nulde graad’ bloedverwantschap. In de natuur komt dat nooit voor: zelfs tweeslachtige dieren zoeken altijd een partner.” Zo worden genetische risico’s vermeden. “Bovendien: als we ons allemaal gaan solo-voortplanten, ondermijnen we de genetische variatie (zie kader, red.).” Maar ook ethisch gezien heeft De Sutter haar bedenkingen. “We leven in een geïndividualiseerde samenleving en ik zou het betreuren als we dat doortrekken naar de voortplanting. Het is meer een onderbuikgevoel, maar het voelt gewoon niet goed. Ik hou van een wereld waarin mensen elkaar ontmoeten, contact hebben en gewoon samen een kind maken. Bovendien is met jezelf een kind maken ook wel het summum van narcisme. Daar ben ik echt nog niet aan toe. Maar dat is persoonlijk. Laten we vooral het debat hierover aangaan.”

In het debat over IVG moeten we het ook over genetische modificatie hebben. Want de paden van die twee ontwikkelingen gaan elkaar ongetwijfeld kruisen. Genetische modificatie van embryo’s is zeer omstreden en in veel landen verboden. Maar bij IVG zouden onderzoekers de stamcellen genetisch kunnen modificeren om er daarna geslachtscellen van te maken. Is dat ethisch meer verantwoord dan het morrelen aan de embryo’s zelf? Vragen te over. Afbeelding: geralt / Pixabay.

Dat maatschappelijke debat moet uiteindelijk resulteren in heldere wetgeving. Want die is overduidelijk nodig, vindt De Sutter. “We moeten daar niet te conservatief in zijn en alles gaan verbieden. Maar er moeten wel strikte kaders komen.” Als voorbeeld haalt ze het niet onomstreden onderzoek op embryo’s aan. Het aanmaken van embryo’s voor onderzoek is in slechts weinig landen toegestaan, en in België bijvoorbeeld moeten onderzoekers eerst twee ethische commissies van de noodzaak van hun studie overtuigen. “Ik vind dat een goede mix: er kan veel, maar wel binnen strikte kaders.” En die kaders moeten zich de komende jaren gaan aftekenen, want IVG komt eraan. Dat betekent dat het maatschappelijk debat nú gevoerd moet worden. Ook al overzien we alle mogelijkheden, haken en ogen die IVG met zich meebrengt misschien nog niet. “Dat overzagen we in de jaren ’70 toen IVF kwam, ook niet. Toen was er ook veel discussie, veroordeling en bezorgdheid. Inmiddels is het 39 jaar later en kunnen we wel concluderen dat het voor een kind niet uitmaakt hoe het gemaakt wordt.” Wat wél uitmaakt, is de wereld waarin deze kinderen terecht komen. Die wereld heeft ‘maakbaarheid’ steeds hoger in het vaandel staan. En met IVG zal die maakbaarheid praktisch onbegrensd worden. De Sutter wordt er enigszins onrustig van. “Misschien is het een moreel gevoel, ingegeven door het idee dat het leven gegeven is, indien niet door God, dan toch door het lot of door de natuur,” zo schrijft ze in ”De maakbare baby”. “Vroeger kregen mensen een kind. Nu plannen, bestellen en kopen ze het. Ondanks mijn expertise bekruipt me daarbij het gevoel dat dit een schending is van iets sacraals, waarbij ik niet iets religieus bedoel, maar iets wat boven of buiten de mens staat, iets waar we respectvol mee om moeten gaan.” Respect: het lijkt een goed en broodnodig fundament voor het debat dat de komende jaren zal losbarsten en draait om die ene vraag: hoever gaan we om onze diepmenselijke, oersterke kinderwens te vervullen?