75% van alle Britten is zich niet bewust van het feit dat er een verband is tussen overgewicht en kanker. Wie aan obesitas lijdt loopt een groter risico om tien verschillende soorten kanker te krijgen.

Het onderzoeksinstituut Cancer Research UK noemt het zorgwekkend dat weinig mensen weten dat er een connectie is tussen overgewicht en kanker. Dit geldt vooral voor mensen met een lage sociaaleconomische status en voor mannen.

Zo weet 78% van de Britten niet dat obesitas de kans vergroot op eierstokkanker. Ook is er een link tussen overgewicht en borstkanker of alvleesklierkanker, waarvan de meeste ondervraagden niet wisten dat die er was. Het verband tussen obesitas en darmkanker of leverkanker werd wel vaker genoemd.

Te zwaar
Kanker is niet te voorkomen, maar er zijn wel manieren om de kans op deze ziekte te verkleinen. Op nummer 1 staat stoppen met roken (of niet roken). Daarna volgt het letten op je gewicht. Hoewel er steeds minder rokers zijn, neemt het aantal mensen met obesitas wereldwijd toe. Ruwweg de helft van de Nederlanders is te zwaar. In Nederland hebben meer vrouwen obesitas (13,9%) dan mannen (11,3%). In totaal heeft 12,7% van de Nederlanders obesitas. Dit valt nog mee in vergelijking met andere landen. Zo heeft een kwart van de Britten een BMI hoger dan 30. In de Verenigde Staten is 36,5% van de volwassenen obese.

Betere preventie
“Het is te taak van de overheid om het volk te informeren over de link tussen obesitas en kanker”, vindt Alison Cox, directeur preventie van Cancer Research UK. “Het is zorgelijk dat mensen niet automatisch het verband leggen. Een suikertaks is goed (dit is al geïntroduceerd in Groot-Brittannië, red.), maar dit is niet genoeg om de stijging tegen te houden.”

Risicokankers
De vier meestvoorkomende kankers die in verband zijn gebracht met obesitas zijn borstkanker (na de menopauze), nierkanker, darmkanker en baarmoederkanker. Bij 40% van alle gevallen met baarmoederkanker is er sprake van een duidelijke link met extreem overgewicht. Wie veel te zwaar is heeft daarnaast een grotere kans op prostaatkanker, alvleesklierkanker, eierstokkanker, galblaasklanker, leverkanker en slokdarmkanker.