Waar gejaagd wordt in de tropen, daar neemt het aantal zoogdieren en vogels flink af. Dit schrijven onderzoekers in een paper in het wetenschappelijke vakblad Science.

Een internationaal team van ecologen en milieukundigen beweert dat vogel- en zoogdierpopulaties sterk afnemen in kringen van zeven tot veertig kilometer rond wegen en dorpen waar jagers toegang hebben. Aan het onderzoek werkten onderzoekers mee van de Radboud Universiteit, Wageningen Universiteit en Universiteit van Utrecht.

Binnen deze jachtgebieden nemen de vogelpopulaties gemiddeld 58 procent (25 tot 76 procent) af. Maar het kan nog erger: zoogdierpopulaties nemen namelijk gemiddeld met 83 procent (72 tot 90 procent) af. De onderzoekers schrijven dat de jacht voor handel een grotere invloed heeft dan jagen voor eigen gebruik. Tevens is de jacht groter op plekken met goede verbindingen met grote steden, waar het wild verhandeld wordt.

Inzicht in de gevolgen van jacht
“In de tropen krimpen dierenpopulaties door verschillende factoren,” zegt onderzoeker Ana Benítez-López van de Radboud Universiteit. “Denk hierbij aan de vernietiging van leefgebieden, fragmentatie en jacht. Het verlies van leefgebieden door bijvoorbeeld ontbossing kunnen we vanuit de lucht zien. De gevolgen van jacht kunnen we alleen op de grond volgen.”

In gebieden waar gejaagd wordt, leven minder zoogdieren en vogels.

Dat vraagt dus om een andere aanpak. “We zijn begonnen met de hypothese dat mensen jagen in cirkels rond hun dorp of rond de toegangsweg tot een bos,” vervolgt Benítez-López. “Vlakbij zo’n toegangspunt is de jachtdruk het hoogst en het aantal soorten het laagst. Verder weg neemt de dierpopulatie toe, tot het punt dat er geen invloed van de jacht meer is. Dit noemen wij de soortdepletie-afstand en die hebben we in onze analyse gekwantificeerd. Zo kunnen we voor het eerst de door jacht veroorzaakte teruggang van soorten op grote schaal in kaart brengen.”

Zoogdieren hebben het zwaarder
De onderzoekers houden rekening met alle diersoorten, dus niet alleen met de aaibare exemplaren. Hierdoor is voor het eerst inzichtelijk welke dieren op de rode lijst staan. Volgens Benítez-López hebben sommige zoogdieren een grotere kans om te verdwijnen. “Omdat ze groter zijn, er zit meer eten aan. Ze zijn het waard om een langer eind voor te lopen. Hoe groter het zoogdier, hoe langer de tocht die de jager zal overwegen.”

Beter beschermen?
Een onbeschermd gebied omtoveren in een wildreservaat is niet genoeg. Ook in beschermde gebieden lopen populaties terug door de jacht. “De activiteit van jagers moet beter gevolgd worden”, concludeert Benítez-López. “Daarnaast is het verstandig om anti-stroopbrigades te versterken en door de wet beter te handhaven.”