Zelfs temperaturen van bijna -200 graden Celsius deren de telescoop niet.

Tot die conclusie komt NASA nadat de achttien spiegels die samen de enorme hoofdspiegel vormen 100 dagen lang in een vacuümkamer hebben doorgebracht. In de kamer werd de spiegel blootgesteld aan de heftige omstandigheden die deze ook in de ruimte voor de kiezen krijgt, waaronder een vacuüm en extreme temperaturen.

Glansrijk doorstaan
Op 1 december kwam de spiegel weer uit de vacuümkamer zetten en nu heeft NASA bekend gemaakt dat deze de testen glansrijk heeft doorstaan.

Zo blijkt uit de test onder meer dat de verschillende segmenten waaruit de hoofdspiegel is opgebouwd ook in een extreem koud vacuüm dienst doen als één spiegel, zo meldt onder meer Ars Technica. Daarnaast bleek de telescoop in de vacuümkamer in staat te zijn om licht te detecteren en verwerken. Daarmee heeft de telescoop weer een belangrijke mijlpaal in aanloop naar de lancering in 2019 bereikt.

Waarom zo koud?
De James Webb-telescoop moet straks het infrarood licht van verre objecten detecteren. Infrarood licht is eigenlijk niets anders dan warmtestraling. En die kan de telescoop het beste waarnemen als deze zelf extreem koud is. Om dat te bewerkstelligen, wordt er straks in de ruimte een enorm zonnescherm uitgeklapt dat zonlicht tegenhoudt en de telescoop (deels) ijzig koud moet houden.

Buitenaards leven
De lancering van James Webb is iets om naar uit te kijken. De telescoop is de krachtigste ruimtetelescoop van dit moment en kan hopelijk de eerste sterren en sterrenstelsels in het universum opsporen. Daarnaast kan deze meer inzicht geven in de evolutie van sterrenstelsels. Maar wat misschien nog wel veel interessanter is, is dat deze de atmosfeer van exoplaneten kan uitpluizen en in die atmosfeer op zoek kan gaan naar sporen van leven.

Zoals gezegd wordt James Webb – die de komende tijd nog verdere tests zal ondergaan – in 2019 gelanceerd. Zo’n zes maanden later zou deze klaar zijn voor gebruik. De eerste onderzoeksobjecten zijn onlangs al vastgesteld.