Wetenschappers hebben een nieuwe methode gevonden waarmee nog nauwkeurig kan worden gemeten hoe oud bepaalde materialen zijn. De nieuwe methode kan helpen bij bijvoorbeeld archeologische opgravingen.

Om te weten hoe oud bepaalde materialen zijn, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde koolstof 14-methode. Er bestaat een koolstof-12 en een koolstof-14, twee isotopen die voorkomen in alle levende organismen op aarde. Planten krijgen koolstof-14 binnen door de zon, mensen en dieren via hun voedsel. Wanneer een organisme dood gaat, stopt het met het opnemen van koolstof-14. Beide koolstoffen blijven dan over, maar de radioactiviteit die te vinden is in koolstof-14 neemt heel langzaam af – met iedere 5730 jaar wordt het gehalveerd. De hoeveelheid koolstof-12 blijft echter hetzelfde, ook in het dode organisme. Door de ratio tussen koolstof-12 en koolstof-14 te meten, kan de leeftijd worden bepaald – hoe groter dat verschil, hoe ouder het materiaal.

IJkpunt
Maar om te weten hoeveel koolstof er vroeger in een organisme zat, moet er worden geijkt. Koolstof-14 komt uit de atmosfeer. Die kan, afhankelijk van de sterkte van het aardmagnetisch veld en van de activiteit van de zon, nogal uiteenlopende hoeveelheden koolstof per jaar produceren. Het ene jaar gaat het dan om meer, het andere om minder. Daarom hebben wetenschappers een soort archief nodig om te bepalen hoeveel koolstof er ooit in de atmosfeer zat. Dat doen ze altijd door naar de jaarringen van bomen te kijken en daarbij de koolstof te meten. Ook kan er om te ijken gekeken worden naar druipsteengrotten, of koraal.

Wist u dat…

…ook mosdiertjes een soort ‘jaarringen’ hebben?

Nieuwe methode in Japans meer
Maar wetenschappers hebben nu een nieuwe methode gevonden om het koolstof te ijken. In een meer in Japan, welteverstaan. Professor Hans van der Plicht van de Rijksuniversiteit Groningen was bij het onderzoek betrokken en legt uit hoe dat in z’n werk gaat. “In het meer komen algen en wieren voor die in het voorjaar groeien, en in het najaar sterven en naar de bodem zakken. Zo ontstaan er op de bodem van het meer kleine laagjes in een heel herkenbaar patroon. Door naar die laagjes te kijken kun je bepalen hoe oud de grond is.” Het concept werkt hetzelfde als jaarringen bij bomen. “Wanneer we vervolgens meten hoeveel koolstof er in de desbetreffende laagjes zit, hebben we een goed ijkpunt.”

Meetfoutjes
Het meten van de laagjes (die varven heten) wordt al sinds 1998 gedaan. Maar in die metingen zaten nogal eens foutjes. In Japan komen namelijk nogal wat aardbevingen voor, en die zorgen ervoor dat sommige laagjes verschuiven of ontbreken. Daardoor kunnen de varven niet met zekerheid worden gelezen.

Nieuwe boringen
Nu heeft een team van wetenschappers dat probleem echter opgelost. Ze hebben drie nieuwe boringen gedaan. Door die allemaal te vergelijken, konden ze zien waar de data eerst niet klopte. Daardoor hebben de wetenschappers nu een nieuw ‘ijkarchief’ dat tot wel 52.000 jaar terug gaat.

Het mooie van deze metingen, die tot veel verder terug gaan dan andere methoden, is dat koolstofdatering veel preciezer wordt. Van der Plicht: “Alle metingen hebben hun beperkingen, maar door ze nu te combineren met deze nieuwe metingen uit het Japanse meer, kunnen we nog accurater vaststellen hoe oud bepaald materiaal is.”