De vernietigende aardbeving in Japan zorgde ervoor dat de oceaanbodem 20 meter opschoof en drie meter omhoog kwam, zo blijkt uit metingen.

Eerder werden al metingen vanaf land gedaan. Maar de nieuwe metingen zijn een stuk nauwkeuriger en laten zien dat de bodem twee keer zoveel opschoof en omhoogkwam als gedacht. De metingen werden gedaan door instrumenten op de bodem van de zee.

Kracht
De cijfers laten nogmaals zien hoe krachtig de beving was. Op sommige plaatsen is de grond vijf tot 24 meter in oostelijke of zuidoostelijke richting opgeschoven. De ‘reis’ van 24 meter werd genoteerd door een instrument dat zich het dichtst bij de beving bevond. De grond kwam in een groot gebied 0,8 tot 3 meter omhoog.

Nog verder
Hoewel de ‘reis’ van de zeebodem al indrukwekkend is, is het aannemelijk dat de laag gesteente eronder nog verder is doorgeschoten. Er wordt geschat dat deze laag vijftig tot zestig meter is opgeschoven.

Locatie
Niemand had de beving in dit gebied verwacht. En nog steeds is onduidelijk hoe deze breuklijn zo’n zware aardbeving kon voortbrengen. Mogelijk heeft het iets te maken met een onderzeese berg. Wellicht bevond deze zich op de Pacifische plaat die op deze plaats onder Japan duikt. De plaat kon door die berg niet verder duiken en kwam vast te zitten. Uiteindelijk schoot de plaat er toch onder. Als dat hele proces duizenden jaren geduurd heeft, kan het inderdaad zo zijn dat een plaat opeens vijftig tot honderd meter doorschiet.

Het is nog steeds onduidelijk hoeveel mensen precies door de beving en tsunami om het leven zijn gekomen. Er zijn inmiddels 15.000 doden geborgen en er worden nog 11.000 mensen vermist.