Houd je van carpaccio, rosbief, filet americain? Heb je een kat of een moestuintje? Vergeet jij je groenten en fruit wel eens grondig te wassen of eet je biefstuk het liefst medium of rare? Grote kans dat je niet alleen bent en er parasieten in jouw lichaam huizen!

Jaap van Hellemond is allround parasitoloog aan het Erasmus Medisch Centrum en het Havenziekenhuis in Rotterdam. Hij weet álles van de parasiet die bijna iedereen met zich meedraagt. Deze parasiet nestelt zich in jouw lichaamscellen, zonder dat je het door hebt!

Een parasiet is een organisme dat zich voedt aan – of in – een gastheer. Het kan een minuscuul beestje zijn dat met het blote oog niet te zien is. De parasiet waar Jaap van Hellemond over praat, houdt zich op in 70-80% (van de 65-jarige mensen) hier in Nederland. Hij wordt uitgepoept door een voorgaande gastheer of zit verborgen in het vlees dat jij eet. Op directe of indirecte wijze komt hij terecht op onze voeding of blijft hij plakken aan onze handen. Als jij dan vervolgens het beestje in jouw mond stopt, ben jij direct zijn nieuwe gastheer. Razendsnel baant hij zich een weg door jouw lichaam om zich lekker in te nestelen in jouw cellen, want daar voelt hij zich thuis: in lichaamscellen, en dan het liefst de spier- en zenuwcellen. Met een tevreden gevoel voelt hij zich welkom in jouw lichaam, want hij kan nu voor de rest van zijn leven gratis mee-eten van jou.

Benieuwd of jij ook gastheer van dit beestje bent? De kans is groot, maar van dit kleine beestje in jou merk je helemaal niets! In de tussentijd reist hij overal met je mee naartoe en zal hij je nooit verlaten. Hij zal er hoogstens vriendjes bij krijgen…

Toxoplasma

Toxoplasma

Complex beestje
“Parasieten hebben vaak complexe levenscycli en kunnen door de verschillende stadia in meerdere gastheren overleven,” vertelt parasitoloog Van Hellemond. Dit geldt ook voor de parasiet die 70-80% van de 65-jarigen hier in Nederland met zich meedraagt. “De parasiet Toxoplasma gondii komt met name in katachtigen voor. In katten kan de parasiet zich seksueel vermenigvuldigen, zoals we dat noemen. Dit betekent dat de parasiet zich niet opsplitst, maar DNA-materiaal uitwisselt en daaruit nieuwe parasieten ontstaan. In alle andere gewervelde dieren, waaronder ook wij als mens, vindt ook vermenigvuldiging plaats. Alleen kan de parasiet zich dan alleen verdubbelen door splitsing en maakt hij alleen een soort kloon van zichzelf.”

Bij katachtigen zit Toxoplasma gondii voornamelijk in de darmen. Bij andere diersoorten, en dus ook bij ons, zit de parasiet meer door het hele lichaam verspreid. “Dat maakt parasieten zo bijzonder en interessant,” vindt Van Hellemond. “Ze kunnen in verschillende gastheren én in veel verschillende plekken overleven. Ze passen zich aan op de plek waar ze terecht komen en zelfs hun vorm past zich daarop aan.” Zo kan de parasiet van de ene gastheer naar de andere gaan. Toxoplasma gondii kan overleven in de buitenlucht en overleeft het zelfs in weefsel van een overleden dier.

Van kat naar mens
Toxoplasma gondii kun je op twee manieren oplopen: enerzijds doordat je via de mond het oöcystestadium van de parasiet, afkomstig van de kat, opneemt. “Als een kat net geïnfecteerd is krijgt hij een beetje diarree. Dan zitten er echt miljarden van die oöcysten in de ontlasting. Als je dan je handen niet goed wast na het verschonen van de kattenbak, krijg je zo’n oöcyste of meerdere oöcysten met gemak binnen als je later een boterham eet.” De andere manier waarop je geïnfecteerd kan worden, is doordat je rauw of onvoldoende verhit vlees eet van een dier dat ook door de Toxoplasma is geïnfecteerd. Denk bijvoorbeeld aan filet americain of barbecuevlees dat niet voldoende is verhit.

Mini
De parasiet is een eencellig diertje. Heel klein dus. Ongeveer een micrometer (één duizendste millimeter) groot. Hij bevindt zich dan ook ín de cellen van het menselijk lichaam. Je voelt hem totaal niet zitten, bewegen en vermenigvuldigen.

Maar hoe komt de parasiet dan in runderen en varkens terecht? Van Hellemond vertelt dat de runderen het kunnen oplopen door kattenpoep die op het grasland ligt waarvan zij grazen. “In de kattenpoep zit de parasiet in zijn oöcystestadium. De koe kan de parasiet met het gras mee opeten en zo geïnfecteerd raken.” In het oöcystestadium kan de parasiet tot wel jaren overleven. Alsof het oöcystestadium ervoor gemaakt is om lang in de buitenwereld te overleven tot een nieuwe gastheer hem oppikt. Omhuld met een hard buitenkantje, wacht de parasiet in dit rustende stadium gewoon tot hij opgegeten wordt en zich weer kan vermenigvuldigen. “Varkens kunnen Toxoplasma op verschillende manieren binnenkrijgen,” vertelt de parasitoloog. “Het varken is een alleseter en kan de parasiet naast de oöcystevorm ook binnenkrijgen via geïnfecteerde dieren, doordat het bijvoorbeeld kadavers van muizen of andere dieren met Toxoplasma opeet.” Als een rund, een varken of een ander beest de parasiet in zich heeft, en dat vlees belandt vervolgens op jouw bord terwijl het niet helemaal goed verhit of ingevroren is geweest, baant de parasiet zich een weg door je lichaam.

Levenscyclus van de Toxoplasma

Levenscyclus van de Toxoplasma

Hoe vindt hij de weg?
Een parasiet voelt zich werkelijk overal thuis. Hij kan zichzelf verpakken als hij op reis gaat door het weiland. En als hij in een mens terecht komt via de mond vindt hij gewoon de weg naar ons spier- en zenuwweefsel. Heeft hij een kaart of een soort navigatiesysteem?

“De Toxoplasma gondii is een eencellig diertje; hij heeft geen hersenen en kan daarom ook niet écht de weg weten,” vertelt Van Hellemond. Toch komen ze in de juiste weefsels terecht. “Hoe ze zich door die juiste weefsels verspreiden, begrijpen wij parasitologen ook niet. We weten wel hoe dat is ontstaan. Als parasieten op de juiste plaats komen, kunnen zij namelijk voor nageslacht zorgen dat ook weer succesvol gastheren kan infecteren. Parasieten die niet op de juiste plaats komen, kunnen dat niet. Op die manier vindt er selectie plaats van parasieten met een succesvolle route in de gastheer.”

Gevaar
Als de parasiet in een nieuwe gastheer komt, heeft de gastheer daar nauwelijks klachten van. Slechts 10-20% van de mensen die voor het eerst geïnfecteerd raken, kan het ‘voelen’. “De voornaamste klacht is opgezwollen lymfeklieren in de nek. Bij een wat heftigere infectie kan er kort koorts optreden.” Niet echt klachten die je opvallen dus. Na een paar dagen zijn de klachten weg, maar blijft de parasiet achter. Hij verhuist naar je spier- en zenuwweefsel en daar voel je helemaal niets van. Ondertussen laat hij een spoor achter op zijn route. Een spoor van geïnfecteerd weefsel door het vermenigvuldigen. Na een paar weken actief vermenigvuldigen, blijft de parasiet zitten. Hij is nu in een ruststadium.

De parasiet richt niet echt schade aan in jouw weefsels. Het is een onschuldige medereiziger. Behalve bij zwangere vrouwen. “Als zij geïnfecteerd raken, heeft de moeder niet zo veel problemen, maar het ongeboren kind kan allerlei afwijkingen krijgen. De parasiet vermenigvuldigt zich namelijk in cellen. En uiteindelijk richt dat de cellen ten gronden; de cellen gaan kapot.”

“Als de cel vol is, breekt hij open.”

De route
Als je geïnfecteerd vlees eet, komt de parasiet ingepakt in je maag-darmkanaal terecht. Je verteert de parasiet niet, maar de parasiet komt juist vrij door de verteringsenzymen. “De parasiet dringt dan de omliggende cellen binnen; de cellen van het darmepitheel,” vertelt Van Hellemond. “Hij vermenigvuldigt zich, de cellen gaan stuk en de parasieten die vrij komen gaan weer omliggende cellen binnen. Vrij snel in deze keten van vermenigvuldiging komt de parasiet in de bloedbaan terecht waardoor deze allerlei organen kan bereiken.”

De parasiet vermenigvuldigt zich ín onze cellen. Als de cel vol is, breekt hij open. De losse parasieten gaan dan op zoek naar andere cellen, die vervolgens na vermenigvuldigingen ook openbarsten. “Als je heel veel cellen hebt – zoals een volwassen mens – is het effect daarvan niet zo heel groot,” vertelt Van Hellemond. “Maar als je zoals een baby nog niet zo veel lichaamscellen hebt, kan het grote problemen geven bij de ontwikkeling van allerlei organen.” Vandaar dat zwangere vrouwen beter niet zelf de kattenbak kunnen verschonen en rood vlees moeten eten. Naast ongeboren baby’s kan de parasiet ook schade aanrichten bij mensen met een verstoorde afweer. Bijvoorbeeld mensen die een geïnfecteerd orgaan geïmplanteerd krijgen en sterke medicijnen slikken die de afweer remmen. “Als de afweer van mensen met een Toxoplasma infectie ernstig verstoord wordt, kan de afweer de parasiet niet meer onder controle houden. Hij wordt weer actief en gaat zich opnieuw vermenigvuldigen. Hierdoor gaan steeds meer cellen van de gastheer kapot en kunnen patiënten ernstig ziek worden, doordat één of meerdere organen niet goed meer functioneren. Uiteindelijk kunnen patiënten dan zelfs overlijden aan een Toxoplasma infectie.”

Onder controle
De parasiet draag je altijd met je mee. Als je eenmaal geïnfecteerd bent, zit hij ergens in je lichaam. Toch kan dit geen kwaad, want je afweersysteem rekent af met de parasieten, althans met de parasieten die weer gaan delen. “Je afweer kan de parasieten volledig onder controle houden,” legt parasitoloog Van Hellemond uit. “Je maakt namelijk antistoffen tegen lichaamsvreemde structuren waaronder ook Toxoplasma. De antistoffen binden zich aan de parasiet voordat deze een nieuwe cel kan binnendringen. Vervolgens vallen witte bloedcellen de parasiet aan en wordt deze opgeruimd.” Die antistoffen blijven aanwezig en zullen voorkomen dat de parasiet zich een tweede keer kan verspreiden. Als een vrouw dus ooit geïnfecteerd is geweest en dan een kind krijgt, is er geen enkel gevaar van overdracht op het ongeboren kind. Die overdracht op de baby kan alleen gebeuren wanneer de moeder de parasiet tijdens de zwangerschap voor het eerst binnenkrijgt. Want dan vermenigvuldigt hij zich en ziet hij kans om naar het ongeboren kind te gaan.” Als de parasiet eenmaal binnen is, settelt hij zich in je lichaam nadat hij zich heeft verspreid. Vaak infecteert hij spier- of zenuwcellen. “Waarschijnlijk doordat de parasiet gemakkelijker op deze cellen kan gaan zitten om ze vervolgens binnen te dringen,” zegt de parasitoloog.

Is de parasiet dan volkomen onschuldig? “Ja en nee,” antwoordt Van Hellemond. “Er wordt onderzoek gedaan naar de parasiet als hij in hersenweefsel zit. Hij zou daar het gedrag van de gastheer kunnen beïnvloeden. Één studie suggereert dat muizen die in de hersenen geïnfecteerd waren met Toxoplasma ander gedrag gingen vertonen en ze minder bang zouden zijn voor katten. Dat zou wel in het voordeel van de parasiet zijn natuurlijk. Als een muis minder bang is voor katten, wordt hij sneller opgegeten door katten.” En zo lijken parasieten altijd wel hun weg naar de ideale gastheer te vinden. “Maar die studies en conclusies zijn niet zo heel sterk,” zegt Van Hellemond. “Bovendien is het de vraag of effecten op gedrag ook van toepassing zijn op mensen.”

Nooit meer alleen
Eenmaal geïnfecteerd – altijd geïnfecteerd. Je neemt de parasiet dus altijd en overal mee naartoe. Je afweer heeft hem onder controle, maar is niet in staat om de parasiet te vernietigen. Het percentage mensen dat met Toxoplasma geïnfecteerd is, neemt dan ook met de leeftijd toe. Desondanks heeft de parasitoloog, na al zijn onderzoek naar deze en andere parasitaire infecties, geen smetvrees gekregen. “De kans dat een parasiet problemen geeft is veel kleiner dan andere risico’s in het leven. Ik houd wel van een mooie, rode steak, dus die laat ik vanwege de Toxoplasma zeker niet staan,” aldus Jaap van Hellemond.