brein

Wetenschappers hebben ontdekt dat de hersenactiviteit van mensen gebruikt kan worden om te achterhalen of ze bepaalde mensen of details wel eens gezien hebben. De ontdekking kan wel eens van belang zijn tijdens rechtszaken.

Onderzoekers verzamelden 24 studenten en gaven ze een kleine camera die zowel beelden als geluid vastlegde. De studenten droegen de camera op een alledaagse dag gedurende vier uur bij zich.

Gezien of niet gezien?
Na afloop bestudeerden de onderzoekers de camerabeelden. Voor de ene helft van de profpersonen selecteerden de onderzoekers details die de proefpersonen gezien hadden (bijvoorbeeld: een man met een paraplu, een groentewinkel, enzovoort). Ook verzamelden de onderzoekers een aantal objecten die de proefpersonen juist niet gezien hadden (als de proefpersonen bijvoorbeeld een groentewinkel gezien hadden, zorgden de onderzoekers dat ze beelden hadden van een andere groentewinkel). De andere helft van de proefpersonen kreeg beelden te zien die niet afkomstig waren uit hun eigen camerabeelden, maar uit de camerabeelden van de andere helft van de proefpersonen. De onderzoekers wilden zo een echt politie-onderzoek simuleren waarin een verdachte met informatie over een misdaad dezelfde aan die misdaad gerelateerde beelden te zien krijgt als een verdachte die geen informatie heeft over de misdaad.

Beschrijvingen
Een dag later kwamen de studenten opnieuw naar het laboratorium. Daar kregen ze een serie woorden voorgeschoteld die verschillende details of objecten (die ze de vorige dag al dan niet gezien hadden) beschreven. Terwijl de proefpersonen zich over de beschrijvingen bogen, werden hun hersenen gescand om te kijken of de hersenactiviteit iets kon vertellen over wat de studenten wel of niet gezien hadden. En dat bleek de hersenactiviteit inderdaad te kunnen. Eén hersengolf – P300 genaamd – bleek veel groter te zijn wanneer de proefpersonen op de lijst met beschreven objecten op een object stuitten dat ze daadwerkelijk gezien hadden.

“Net als tijdens een echte misdaad, maakten onze proefpersonen hun eigen keuzes en werden ze blootgesteld aan allerlei afleidende informatie in de wereld,” vertelt onderzoeker John Meixner. “Misschien wel de meest verrassende ontdekking was dat we zelfs heel triviale details van de dag van een proefpersoon konden achterhalen, zoals de kleur van een paraplu die de proefpersoon had gebruikt.” De nauwkeurigheid is opwindend, omdat het erop wijst dat relatief onbenullige details omtrent een misdaad – zoals de fysieke kenmerken van het plaats delict – achterhaald kunnen worden door de hersenactiviteit van mensen te monitoren.