Ben je met veel pijn en moeite enkele kilo’s kwijtgeraakt, zitten ze er een paar maanden later gewoon weer aan: dat is het nare jojo-effect. Maar kun je het ook voorkomen?



Het is je gelukt, de kilo’s zijn er af! Het dieet kan de deur uit, je kunt weer genieten. Maar voor velen geldt: een paar maanden later en de kilo’s zitten er weer aan. En met een beetje pech een paar extra. Je bent terug bij af en kunt weer opnieuw met een dieet beginnen. Dat vervelende jojo-effect. Vaak wordt gezegd dat het een gebrek aan discipline is, maar er zit meer achter.


Hoewel het afvallen vaak wel wil, is het voor velen lastig om dat gewicht vervolgens te behouden. Bijna 80 procent van de mensen is na een jaar alweer aangekomen, het zogeheten jojo-effect. Dit wordt meestal afgedaan als een gebrek aan discipline en doorzettingsvermogen. De verleiding om lekker en slecht te eten is gewoon te groot. Maar uit steeds meer onderzoek blijkt dat het niet zo simpel is. Het jojo-effect is meer dan een gebrek aan wilskracht. Het lichaam zelf doet er namelijk veel aan om de kilo’s weer terug te krijgen.



“Het jojo-effect is meer dan een gebrek aan wilskracht, het lichaam zelf doet er namelijk veel aan om de kilo’s weer terug te krijgen”

Gestresste vetcellen

De universiteit van Maastricht doet veel onderzoek naar het jojo-effect en hoe dat precies werkt. Uit onderzoek van Nadia Roumans bleek dat een proces in vetcellen bijdraagt aan het opnieuw aankomen. Vetcellen willen namelijk heel graag vet opslaan; dat is hun functie. Maar als je flink afvalt, verliezen deze cellen hun vet en dat geeft stress. Die stress raken ze kwijt als ze weer vet gaan opslaan dus dat proberen ze zo snel mogelijk weer te doen. Tijdens het onderzoek gingen mensen op dieet en werd gekeken wie vervolgens op gewicht bleef en wie weer aankwam. Bij de mensen die weer veel aankwamen in de periode na het dieet bleken allerlei stressfactoren in de cellen aanwezig te zijn. “Mensen met vetcellen die erg gestrest zijn, komen dus meer aan,” legt Roel Vink, bezig met zijn promotie-onderzoek bij de universiteit van Maastricht, uit. De stressfactoren zorgen daar mogelijk voor.



Jojo's. Afbeelding: Tomas Castelazo (via Wikimedia Commons).

Jojo’s. Afbeelding: Tomas Castelazo (via Wikimedia Commons).

Feit of fabel
Het meest recente onderzoek van Vink keek naar een ander aspect van het jojoën; de bewering dat je eerder gaat jojoën als je een crashdieet met zeer weinig calorieën hebt gevolgd. “Om dit te onderzoeken verdeelden we mensen in twee groepen,” vertelt Vink. “De ene groep ging vijf weken op een crashdieet met 500 calorieën per dag, de andere groep volgde twaalf weken een dieet van 1250 calorieën per dag.” Beide groepen verloren ongeveer evenveel gewicht, maar beide groepen bleken na 9 maanden ook weer ongeveer evenveel te zijn aangekomen. “Het maakt dus niet uit of je een crashdieet volgt of een dieet waarbij je langzamer afvalt,” aldus Vink. De bewering dat een crashdieet jojoën in de hand werkt, kan dan ook afgeschreven worden als een fabel.



Kun je te veel jojoën?
Een andere opmerking die vaak gemaakt wordt, is dat het steeds lastiger wordt om af te vallen als je vaak jojoot. “Daarbij gaat men ervan uit dat het lichaam steeds efficiënter omgaat met de energie,” vertelt Marleen van Baak, emeritus hoogleraar fysiologie van obesitas in Maastricht. Al in 1986 hield men zich dan ook bezig met deze vraag en onderzochten wetenschappers dit in ratten. Een deel van de ratten kreeg normale voeding, een deel calorierijke voeding en een deel kreeg twee keer een caloriebeperking en vervolgens bijvoeding. Deze laatste groep ratten viel bij de tweede caloriebeperking minder snel af dan bij de eerste en tijdens het bijvoeden kwamen ze juist sneller aan. “Jaren geleden hebben we hier onderzoek naar gedaan bij mensen,” vertelt Van Baak. “Gedurende twee jaar volgden mensen twee keer een dieet, aan het begin en na een jaar. De mensen kwamen niet sneller aan na de tweede dieetperiode vergeleken met de eerste.” Hoewel dit dus ook een fabel lijkt, zou er meer onderzoek naar gedaan moeten worden om dit echt te kunnen concluderen.

Diëten is lastig, maar daarna op gewicht blijven, is ook niet eenvoudig.

Diëten is lastig, maar daarna op gewicht blijven, is ook niet eenvoudig.



‘Jojo-gen’
“Het jojo-effect is dus multifactorieel,” vertelt Vink. “De omgeving heeft ermee te maken, maar ook lichamelijke factoren dragen er aan bij.” Het is dan ook duidelijk dat het jojo-effect ingewikkelder is dan gedacht. Dit betekent niet dat je er niets aan kunt doen als je gaat jojoën, maar kan in de toekomst bijvoorbeeld wel betekenen dat vrouwen met het ‘jojo-gen’ extra begeleiding krijgen om het jojo-effect te voorkomen. Maar meer onderzoek naar die lichamelijke invloeden blijft nodig. “Als er meer bekend is over hoe het jojo-effect ontstaat,” vertelt Vink, “dan kunnen we proberen dat te voorkomen door in te grijpen.” Bijvoorbeeld door te zorgen dat die stressfactoren niet ontstaan.



DiOGenes

Hoewel dus nog niet duidelijk is hoe het jojo-effect precies ontstaat, speelt het voedingspatroon na een dieet ook een rol. En wat voor voedingspatroon het beste is om op gewicht te blijven en niet te gaan jojoën is onderzocht in een groot Europees onderzoek, DiOGenes, waar Van Baak aan meewerkte. “Dit was de grootste voedingsstudie ooit waarbij in meerdere Europese landen gezinnen werden gevolgd tijdens hun dieet en de periode erna,” vertelt Van Baak. Onder begeleiding van een diëtist probeerden ze na een afvaldieet van twee maanden zo goed mogelijk op gewicht te blijven. Ze volgden hiervoor één van vijf voedingspatronen, die verschilden in eiwitgehalte en glycemische index. De glycemische index gaat over koolhydraten: de suikers en zetmeel in voeding. “Koolhydraten zorgen ervoor dat de bloedsuikerspiegel omhoog gaat,” legt Van Baak uit. “Koolhydraten met een lage glycemische index geven de suikers langzamer af aan het bloed.” Hierdoor stijgt de bloedsuikerspiegel langzamer en wordt deze ook niet zo hoog.

 Na een half jaar onderzoek bleek dat een voedingspatroon met veel eiwitten en koolhydraten met een lage glycemische index het beste was om op gewicht te blijven. “Het idee is dat eiwitten meer vullen en daarmee het hongergevoel beperken,” legt Van Baak uit. “Ook de koolhydraten met een lage glycemische index beperken het hongergevoel, omdat de suikers geleidelijk worden afgegeven.” Zo wordt via twee wegen de energie-inname beperkt.

 Het lijkt dus simpel: wat meer eiwitten en producten met een lage glycemische index eten en je blijft beter op gewicht. Toch is dit lastig om toe te passen in het dagelijks leven. Het is namelijk heel moeilijk om de glycemische index van producten te bepalen, dit staat ook niet op een product. “Het is van heel veel producten niet bekend,” legt Van Baak uit, “en het hangt ook erg af van bijvoorbeeld de bereidingswijze van een product of de rijpheid van groente en fruit.” Daar valt dan ook nog een hoop te winnen. Als de glycemische index beter te bepalen is, kunnen mensen makkelijker gebruik maken van dit principe.



Of je lichaam, je genen of toch echt je eigen gedrag er nou voor zorgen, het jojoën blijft een lastig probleem waar velen tegen aan lopen. Hopelijk zorgt meer onderzoek ervoor dat we in de toekomst het jojo-effect kunnen voorkomen. Tot die tijd zullen we toch vooral zelf de weegschaal in de gaten moeten houden en in moeten grijpen als de kilo’s er weer bijkomen. 


Jeanine Bronsema heeft Life, Science & Technology gestudeerd en vervolgens de master Communicatie in de natuurwetenschappen behaald. Ze wil wetenschap op een leuke en duidelijke manier overbrengen op een breed publiek. Ze schrijft graag over de medische wetenschappen, maar vindt biologie, wiskunde en scheikunde ook interessant. In 2015 is ze begonnen als freelance wetenschapsjournalist.