Nieuw onderzoek toont aan dat jonge beuken die een scheut of knop kwijt zijn geraakt feilloos weten of dat komt door toedoen van een ree of niet.

Als het lente wordt, zie je ze overal in het bos. Nieuwe scheuten en knoppen aan jonge bomen. Zo’n nieuwe scheut (in het geval van een boom ook wel ‘lot’ genoemd) is voor de jonge boom heel belangrijk: dankzij deze nieuwe uitlopers kan de boom immers groeien en net zo groot en sterk worden als de oude bomen die hem in het bos omringen.

Reeën
Maar soms gooien reeën roet in het eten. Zij hebben namelijk een voorliefde voor de scheuten en knoppen aan jonge bomen. En als er eenmaal een ree aan zo’n jonge boom heeft zitten knabbelen, ziet het er somber uit. In het gunstigste geval loopt de boom een flinke groeiachterstand op. In het slechtste geval gaat de boom dood. Experimenten met de beuk en gewone esdoorn tonen nu echter aan dat deze bomen weten dat een ree aan ze geknabbeld heeft en vervolgens in actie komen om te voorkomen dat dat in de toekomst vaker gebeurt.

Hormonen
Wanneer een ree aan een beuk of esdoorn knabbelt, maakt de boom een hormoon aan. Dat hormoon leidt tot een verhoogde productie van bepaalde tannines in de boom. En die tannines beïnvloeden een ree zodanig dat deze minder trek heeft in scheuten en knoppen. Tegelijkertijd worden in reactie op het speeksel van de reeën groeihormonen aangemaakt in de boom die de groei van de overgebleven uitlopers bevorderen en het verlies van de andere uitlopers moeten compenseren. “Maar als een blad of knop afgerukt wordt zonder dat een ree daarbij betrokken is, stimuleert de boom de productie van het hormoon of de tannines niet,” vertelt onderzoeker Bettina Ohse, verbonden aan de universiteit van Leipzig. “In plaats daarvan maakt de boom voornamelijk hormonen aan om de wonden te dichten.”

Speeksel
Een boom is dus blijkbaar in staat om vast te stellen of een uitloper verloren is gegaan door toedoen van een ree of door andere factoren. Maar hoe dan? Dat hebben Ohse en collega’s uitgezocht. En wat blijkt? De bomen herkennen reeën aan hun speeksel.

De onderzoekers aan het werk in het bos. Afbeelding: Bettina Ohse (UL/iDiv).

De onderzoekers aan het werk in het bos. Afbeelding: Bettina Ohse (UL/iDiv).

Beuken en esdoorn
Ohse en collega’s trekken die conclusie nadat ze uitlopers van jonge beuken en esdoorns verwijderden en wat speeksel van een ree druppelden op de plek waar de uitloper tot voor kort zat. Daarop stegen de concentraties groeihormonen en tannines in de boom. “In navolging van dit fundamentele onderzoek zou het interessant zijn om andere boomsoorten en hun defensieve strategieën tegen reeën te bestuderen,” stelt Ohse. “Als sommige bomen beter in staat zijn om zich te beschermen, kunnen deze soorten wellicht in de toekomst in meer bossen worden toegepast.”

Steeds meer onderzoeken tonen aan dat bomen en planten geen passief onderdeel zijn in hun omgeving. Ze zijn actief en zich bewust van wat er om hen heen gebeurt. Zo heeft onderzoek aangetoond dat planten elkaars aanwezigheid kunnen voelen en elkaar kunnen horen. En recent suggereerden onderzoekers dat bomen als de nacht invalt een dutje doen: ze laten hun takken hangen en hijsen ze weer op als de zon opkomt.