In brede kringen wordt aangenomen dat mensen naarmate ze ouder worden ook een stuk chagrijniger worden. Het tegendeel is echter waar, zo blijkt uit onderzoek. Niet de oudjes, maar de jonge exemplaren hebben een heel negatieve kijk op het leven.

Onderzoekers vroegen een groep met mensen tussen de 19 en 31 jaar oud en een groep met mensen tussen de 61 en 80 jaar oud om naar dezelfde foto’s te kijken en zoveel mogelijk details op te slaan. Terwijl ze dat deden, werd hun hersenactiviteit gemeten.

Toen de onderzoekers de resultaten bestudeerden, bleek dat de ouderen en jongeren de foto’s met een gelukkig tafereel heel anders verwerkten. Bij de ouderen was er een sterke connectie tussen het deel van de brein dat emoties verwerkt en het deel dat betrokken is bij het opslaan van herinneringen. Bij de jongeren was die connectie veel minder duidelijk. Bij de foto’s met een minder gelukkig tafereel reageerden de beide groepen hetzelfde.

De onderzoekers concluderen dan ook dat ouderen gelukkige momenten veel sneller in hun geheugen opslaan dan jonge mensen dat doen. Daaruit vloeit voort dat ouderen zich eerder de goede en mooie tijden herinneren dan de slechte momenten. Ze zien het leven dus in tegenstelling tot de jongeren door een roze bril.