Julius Caesar maakte zich tijdens zijn veroveringscampagnes schuldig aan het roven van grote hoeveelheden goud. Dat blijkt uit een onderzoek van de VU naar recent gevonden Keltische goudschatten uit de Lage Landen.

Klik voor een vergroting. Afbeelding 1: Locatie van de gevonden muntschatten en hun vermoedelijke datering. Afbeelding 2: Plattegrond van de nederzetting van de Aduatuci bij Thuin met daarop aangegeven de locaties van de gevonden goudschatten (nummers 1-3) en de plekken (kruisjes) waar loden Romeinse slingerkogels zijn ontdekt. Bron: Roymans/Scheers en Vrije Universiteit Amsterdam

De gevonden schatten bestaan in totaal uit ruim 500 munten en verschillende gouden sieraden. De meeste munten zijn geslagen door volksstammen als de Eburonen en de Nerviërs. Door de vondst hebben archeologen veel meer inzicht gekregen in de Keltische periode in ons land en België ten tijde van de Romeinse verovering door Julius Caesar tussen 57 en 51 voor Christus. Zo was de omvang van de Keltische muntcirculatie erg groot: er zouden zeker enkele honderdduizenden gouden munten zijn geslagen. De onderzoekers hebben ook een door Caesar vermelde versterkte nederzetting (ook wel oppidum genoemd) geïdentificeerd. Dit stadje was van de Aduatuci, een volk dat in Midden-België woonde. Toen het werd belegerd en veroverd door Caesar in 57 voor Christus, werd de gehele bevolking van 53.000 mensen in slavernij afgevoerd.

Nederzetting
De nederzetting lag in het ‘Bois du Grand Bon Dieu’ in Thuin: een historische vestingstad ten zuidwesten van Charleroi in België. Volgens de onderzoekers komt de topografie van het fort precies overeen met de beschrijving die Caesar over de stad van de Aduatuci heeft gegeven. In de nederzetting werden daarnaast loden Romeinse slingerkogels ontdekt, deze bewijzen dat de stad daadwerkelijk belegerd is geweest door het Romeinse leger. Ook werd hier een deel van de gouden munten gevonden. Maar dit is volgens de archeologen slechts een fractie van de hoeveelheden goud die zich eerst in het oppidum bevonden. De rest werd hoogstwaarschijnlijk door Caesar gestolen.

Goudroof
Een Romeinse biograaf genaamd Suetonius beschuldigde Caesar al eerder van het op grote schaal plunderen van oppida en heiligdommen in Gallië. Volgens hem roofde hij voornamelijk veel goud: ‘Als gevolg hiervan had hij zoveel goud dat hij niet wist wat hij er mee moest doen, en bood het door heel Italië te koop aan voor 3000 sestertiën per pond.’ Hiermee veroorzaakte Caesar een enorme inflatie op de Italiaanse goudmarkt want de normale prijs voor goud bedroeg 4000 sestertiën.

De archeologen hebben een schat ten tijde van de Romeinse verovering door Julius Caesar in de Lage Landen tussen 57 en 51 v.Chr. ontdekt. De schat bevat onder andere dit gouden sieraad: een armbad met uiteinden in de vorm van dierenkoppen. In een nederzetting van de stam Aduatuci werden Romeinse slingerkogels ontdekt, zij bewijzen dat de stad wel degelijk door het Romeinse leger werd belegerd. Bron: Roymans/Scheers en Vrije Universiteit Amsterdam.

Het onderzoek is gepubliceerd in een boek genaamd Late Iron Age gold hoards from the Low Countries and the Caesarian conquest of Northern Gaul, geschreven door N. Roymans, G. Creemers en S. Scheers.