Heel indrukwekkend, als je bedenkt dat de vogel nog nooit een haak gezien, laat staan gemaakt of gebruikt, heeft.

Aan het begin van deze eeuw liet de wipsnavelkraai Betty vriend en vijand paf staan. De kraai kreeg de opdracht om een piepklein mandje met een hengsel dat in een smal buisje zat, te halen. De vogel kon er met haar snavel niet bij, maar kreeg wel een pijpenrager tot haar beschikking. De kraai boog het zodat een haakje ontstond, sloeg het haakje om het hengsel van het mandje en trok het vervolgens uit de buis. Wauw, zo riepen onderzoekers, deze kraai was superintelligent. Een conclusie die onderschreven leek te worden door experimenten waaruit bleek dat kinderen er pas als ze een jaar of acht waren in slaagden om hetzelfde probleem op vergelijkbare wijze op te lossen.

Niet zo innovatief
In de jaren die volgden, ontdekten onderzoekers echter dat Betty misschien minder intelligent was dan eerder werd aangenomen. Onderzoekers waren er namelijk getuige van dat wilde wipsnavelkraaien ook regelmatig takjes buigen om een nestje te bouwen. Het suggereerde dat Betty’s oplossing niet zo heel innovatief was, maar sterk beïnvloed werd door het feit dat deze kraaien van nature al gewend zijn om takken te buigen.

Afbeelding: Bene Croy.

Kaketoe
Onderzoekers hebben zich nu nog eens over de kwestie gebogen, door het experiment met een andere vogelsoort uit te voeren. Ze herhaalden het experiment dat Betty meer dan tien jaar geleden onderging met Goffins kaketoe. “Net als in de experimenten met Betty confronteerden we onze dieren met een verticaal buisje waarin een mandje met een hengsel zat,” vertelt onderzoeker Isabelle Laumer. Ook kregen de kaketoes een recht stukje pijpenrager. Die pijpenrager moesten de vogels dus buigen om het mandje uit het buisje te krijgen. In een tweede experiment kregen de kaketoes een horizontaal buisje voorgeschoteld waarin halverwege een lekkernij lag. Ook kregen ze een gebogen pijpenrager die ze weer recht moesten maken om de lekkernij te kunnen verkrijgen.

Meerdere kaketoes slaagden erin om de pijpenrager wanneer nodig te buigen en het mandje uit de buis te halen. Ook slaagden meerdere kaketoes erin om de pijpenrager recht te maken en de lekkernij uit de horizontale buis te halen. Eén kaketoe wist beide problemen op te lossen. Het is opmerkelijk, zo benadrukt onderzoeker Alice Auersperg. “De resultaten zijn verrassend aangezien onze kaketoes niet gespecialiseerd zijn in het gebruiken van gereedschappen om voedsel te verkrijgen en in tegenstelling tot de wipsnavelkraai ook geen takjes buigen tijdens het bouwen van nesten, aangezien ze broeden in bestaande gaten in bomen.” Wat kunnen we daaruit afleiden? “Onze resultaten suggereren dat het buigen van haken geen erfelijke aanleg voor het gebruiken en vervaardigen van gereedschappen of nesten vereist, maar werkelijk lijkt te ontstaan uit algemenere vormen van cognitieve verwerking.”