kaketoe

Wij weten dat objecten ook als ze aan het zicht onttrokken worden, blijven bestaan. En ook mensapen zijn zich daarvan bewust. En nu kunnen we een nieuwe diersoort aan dat rijtje toevoegen: ook de kaketoe weet dat een object dat tijdelijk uit het zicht verdwijnt niet ophoudt te bestaan.

Wanneer wij zien hoe een koekje in de koektrommel ‘verdwijnt’, weten we dat het koekje – ondanks dat we het niet meer kunnen zien – blijft bestaan. En wanneer we een trein een tunnel in zien rijden, dan weten we dat de trein niet echt verdwenen is en straks aan de andere kant weer uit de tunnel komt zetten. We kunnen op basis van de snelheid van de trein zelfs wanneer we niet kunnen zien waar deze zich in de tunnel bevindt, inschatten waar de trein nu is. Die wetenschap – ook wel aangeduid als objectpermanentie – is niet aangeboren, zo toonden eerdere experimenten al aan. Wanneer wetenschappers een snoepje aan het zicht onttrokken, bleken heel jonge kinderen echt te denken dat het niet meer bestond. Pas vanaf een jaar of twee weten kinderen dat het snoepje zelfs als ze het tijdelijk niet zien – bijvoorbeeld omdat het onder een theekopje verstopt zit – er nog steeds is. Ook mensapen weten dat. En wanneer wetenschappers een aantal kopjes op een rij zetten, onder één kopje een snoepje verstoppen en de kopjes vervolgens van plaats laten wisselen, kunnen heel jonge kinderen het snoepje niet vinden. Pas vanaf een jaar of drie, vier slagen ze daar wel in. Mensapen kunnen dit ook, maar hebben er wel moeite mee, zeker als meerdere kopjes een andere plek in de rij innemen.

Superslim
Tijdens een nieuw onderzoek keken wetenschappers of kaketoes zich ook bewust zijn van objectpermanentie. Het lijkt misschien wat vergezocht: waarom zou een vogel – niet eens nauw verwant aan de mens of mensaap – dit wellicht ook kunnen? Toch is het niet zo’n gekke hypothese. Recentelijk onderzoek toont namelijk aan dat de kaketoe superslim is. De vogel kan ingewikkelde sloten openen, zijn eigen gereedschappen maken en beschikt over een flinke dosis zelfbeheersing. Zou objectpermanentie ook aan dat rijtje vaardigheden toegevoegd kunnen worden?

Experiment
De onderzoekers lieten de kaketoes zien dat ze iets lekkers onder een kopje verstopten. Vervolgens lieten ze een groot scherm het kopje aan het zicht onttrekken. Om daarna het kopje weer te laten zien en achter een tweede scherm te laten verdwijnen. Zodra het kopje weer zichtbaar was, tilden de onderzoekers het op en lieten de vogels zien dat er nog wel of niets meer onder lag. Wanneer het kopje leeg was, moest het lekkers wel achter het laatste scherm liggen. Tenminste: die conclusie kunnen wij mensen – en ook mensapen – trekken. Maar zouden ook vogels dat kunnen? De kaketoe toont aan van wel. Zelfs als de lekkernij onder één kopje in een rij kopjes verstopt werd en de kopjes van plaats wisselden, wisten de kaketoes nog precies waar ze het snoepje konden vinden. Als het om objectpermanentie gaat, begrijpt de kaketoe er dus net zoveel van als een drie- tot vierjarig kind. De kaketoe deed het zelfs beter dan de mensapen: ook wanneer meerdere kopjes in een rijtje kopjes van plaats wisselden, wist deze nog waar het snoepje lag.

De resultaten zijn verrassend. Objectpermanentie vergt namelijk veel van het brein, en met name van het werkgeheugen. Maar blijkbaar draait de kaketoe zijn poot er desalniettemin niet voor om, zo schrijven de onderzoekers in het blad Journal of Comparative Psychology.