De vogels konden vliegen en leefden in het Pleistoceen zij aan zij met buidelleeuwen en diptrodons.

Recent hebben onderzoekers in het zuiden van Australië – in grotten onder de Nullarborvlakte – resten van de gigantische kalkoen ontdekt. De vogel zou tussen de 3 en 8 kilo zwaar zijn geweest en leefde ten tijde van het Pleistoceen.

Progura gallinacea
Een naam hoefden de onderzoekers niet te bedenken voor de grote kalkoen. Die kreeg deze namelijk al aan het eind van de negentiende eeuw. Toen werden namelijk de eerste resten van deze grote kalkoen ontdekt en beschreven. De soort kreeg de naam Progura gallinacea en behoort tot de grootpoothoenders. Het betekent dat deze nog verwant is aan de thermometervogel: een vogelsoort die nu nog steeds in Australië te vinden is.

Twijfels
Maar in de jaren zeventig van de vorige eeuw kwam de oorspronkelijke beschrijving van P. gallinacea op losse schroeven te staan. Toen ontdekten wetenschappers in het zuiden van Australië namelijk de fossiele resten van een vogel die sterk op P. gallinacea leek, maar ietsje kleiner was: Progura naracoortensis. Al snel bedachten sommige onderzoekers dat P. gallinacea en P. naracoortensis wellicht tot dezelfde soort behoorden en dat deze soort door de jaren heen gekrompen was en dat zo uiteindelijk de thermometervogel was ontstaan.

Een reconstructie van de Progura’s. Afbeelding: Elen Shute / Flinders University, m.b.v. foto’s van Kim Benson, Tony Rodd en Aaron Camens.

Vliegen

In tegenstelling tot veel andere uitgestorven grote vogels – zoals de dodo’s – konden de grootpoothoenders die nu zijn ontdekt, wel vliegen. Hoewel ze groot en zwaar waren, moeten ze met hun sterke vleugels het luchtruim hebben kunnen kiezen. En waarschijnlijk nestelden ze zich zelfs vaak in bomen.

Heel verschillend
Dankzij de nieuwe fossiele resten die nu in Australische grotten zijn teruggevonden, kunnen onderzoekers die conclusie van tafel vegen. “Door de nieuwe fossielen werden de verschillen tussen de twee soorten duidelijk,” vertelt onderzoeker Elen Shute. “De twee soorten die oorspronkelijk werden beschreven, verschillen zo sterk van elkaar dat ze in aparte geslachten thuishoren.” P. gallinacea zou bijvoorbeeld lange, slanke poten hebben gehad, terwijl P. naracoortensis korte poten en een breed lichaam had. Vanwege de verschillen hebben de onderzoekers voor P. naracoortensis een nieuw geslacht bedacht: Latagallina.

Naast P. gallinacea en P. naracoortenis hebben de onderzoekers ook nog resten van drie andere uitgestorven grote vogels ontdekt. “De ontdekkingen zijn zeer opmerkelijk, omdat ze ons vertellen dat meer dan de helft van de Australische grootpoothoenders tijdens het Pleistoceen uitstierf en we realiseerden ons dat tot nu nog niet,” vindt Shute. “Dat verschillende grote vogels die in recente tijden in Australië leefden tot op heden aan ontdekking ontsnapt zijn, laat zien hoe weinig we nog weten van de vogels die kort voor mensen in Australië arriveerden op het continent leefden,” voegt onderzoeker Trevor Worthy toe. “Waarschijnlijk wachten veel kleinere, uitgestorven soorten ook nog steeds op ontdekking.”