robot

Robots dringen steeds meer domeinen van ons leven binnen. Maar ze zitten op zaterdagavond nog niet naast ons in de kroeg. Waarom eigenlijk niet? En komt er ooit een robot die onze beste vriend(in) vervangen kan?

Het antwoord op die vragen is nog niet zo eenvoudig en komt in beginsel neer op een heel andere vraag: wat verwachten wij van onze beste vriend(in)? Dat verschilt ongetwijfeld van persoon tot persoon. Maar er zijn een aantal algemene kenmerken waar de meesten van ons toch wel van zullen vinden dat een ware vriend erover moet kunnen beschikken. En laat dat nu net kenmerken zijn waar de robotica – met wisselend succes – de laatste jaren mee worstelt.

1. Empathie
Je beste vriend ziet het meteen als je niet lekker in je vel zit en past zijn gedrag daarop aan. Hij kan zich in jouw situatie verplaatsen en leeft met je mee. Voor een robot is dat allemaal niet zo vanzelfsprekend. Het vraagt namelijk van hem dat hij ten eerste in staat is om jouw emoties te peilen, maar ze ook kan spiegelen en dingen kan zeggen/doen die passen bij jouw gemoedstoestand. De meeste onderzoeken naar empathische robots richten zich op slechts één aspect van empathie: het spiegelen van de emotie van de mens. Moet jij lachen, dan lacht de robot ook. Ben je boos, dan kijkt de robot ook boos. Maar er wordt ook gewerkt aan robots die een stap verder gaan. Een mooi voorbeeld is Pepper, een Japanse robot die je stemgeluid en gezichtsuitdrukkingen analyseert om te bepalen hoe je je voelt. Vervolgens kan de robot daarop inspelen. Als hij ziet dat je droevig bent, kan hij bijvoorbeeld proberen om je op te vrolijken. Daarnaast kan de robot zelf ook (de meest basale) emoties vertonen en dus de emoties van mensen spiegelen.
Het klinkt allemaal prachtig, maar in feite blijft een empathische robot dus een hoopje staal dat jou analyseert en nabootst. Werkelijk voelen wat jij voelt en zich inleven in jouw situatie gaat vanzelfsprekend dieper dan dat. Of robots daar ooit toe in staat zullen zijn, is twijfelachtig.

Woordgrapjes
In 2007 leerden Amerikaanse onderzoekers een computerprogramma om simpele woordgrapjes te herkennen. Het programma leerde daartoe eerst een groot aantal woorden en hun betekenis. Vervolgens gaven de onderzoekers het programma verschillende voorbeelden van woorden die net zo klinken (of zelfs hetzelfde zijn) als andere woorden, maar een heel andere betekenis hebben en waarmee dus een grapje uitgehaald kan worden. Aan de hand daarvan leerde de robot om woordgrapjes te herkennen. Zo detecteerde het programma bijvoorbeeld deze grap:
“Knock, knock”
“Who is there?”
“Dismay”
“Dismay who?”
“Dismay not be a funny joke”

2. Humor
De meesten van ons zullen het kunnen waarderen als hun beste vriend(in) een scherp gevoel voor humor heeft. Voor robots is humor nog niet zo eenvoudig. Natuurlijk kunnen we ze leren om een mopje te tappen, maar spontaan een grapje maken dat past in de context van een gesprek, dat is toch wel andere koek. Hoewel een werkelijk humoristische robot nog ver weg lijkt, doen onderzoekers hun uiterste best om robots grappiger te maken. Vooralsnog blijven de resultaten beperkt tot aangeleerde mopjes en enkele woordgrapjes (die zijn vrij gemakkelijk te maken: de robot moet alleen woordjes en hun betekenis leren, zie kader). Behoort een stalen grapjas dan niet tot de mogelijkheden? Dat zul je ons niet zo snel horen zeggen, maar op korte termijn lijkt het lastig te worden. Want wat is humor nu precies? En hoe komt het tot stand? Een verhaaltje is bijvoorbeeld grappig, omdat het op het eind opeens een heel andere kant op gaat dan je had verwacht. Robots zijn reeds in staat om feiten en acties te begrijpen, maar moeten om grappig te kunnen zijn ook alternatieve scenario’s kunnen bedenken. Weer andere grappen spelen in op een onderbuikgevoel of taboe dat in de grap zelf niet expliciet aan bod komt, maar waarmee de grap wel valt of staat. Robots missen dat gevoel en dus de clue. Laat staan dat ze zelf in staat zijn om zo’n grap te vertellen.

3. Gezelligheidsdier
Een goede vriend brengt gezelligheid mee. Of je nu thuis op de bank hangt of samen gaat stappen: het is gezellig. Je kletst er samen op los en tal van onderwerpen komen aan bod: van die nieuwe collega op het werk tot de crisis in politiek Den Haag en van die chagrijnige kassajuffrouw tot je schoonmoeder. Socialiseren: kan dat ook met een robot? In feite wel. Robots beschikken over een enorme databank vol met informatie en zijn in staat om die databank aan te vullen met dingen die ze door de interactie met hun omgeving en mensen aan te gaan, leren. Er zijn al diverse robots waar je een gezellig praatje mee kunt doen. Maar sociaal gedrag is breder dan gezellig keuvelen. “Menselijke sociale intelligentie bestaat uit vier belangrijke onderdelen,” zo stelt onderzoeker Andrea Thomaz. “De vaardigheid om van andere mensen te leren, de vaardigheid om met andere mensen samen te werken, de vaardigheid om emotionele intelligentie te gebruiken en de vaardigheid om de bedoelingen van anderen op te merken en daarop in te spelen.” Hier komt dus opnieuw de empathie om de hoek kijken. Ook vraagt het van de robot dat hij jouw woorden goed interpreteert en – zo adrem mogelijk – antwoordt. Want we willen natuurlijk wel een vloeiend gesprek. Dat dat nog niet zo eenvoudig is, blijkt wel wanneer je bijvoorbeeld Siri een – in jouw ogen – simpele opdracht geeft en totaal niet of verkeerd begrepen wordt of wanneer je in gesprek gaat met een chatbot (bijvoorbeeld Cleverbot). Toch is er hoop. Vorig jaar slaagde de chatbot Eugene Goostman erin om de Turing-test te verslaan. Hij wist 33 procent van de proefpersonen die met hem in gesprek gingen ervan te overtuigen dat hij geen chatbot, maar een mens was. Er wordt dus vooruitgang geboekt!

In 2013 stuurde Japan een robotje naar het internationale ruimtestation om de astronauten gezelschap te houden. Afbeelding: Kibo Robot Project.

In 2013 stuurde Japan een robotje naar het internationale ruimtestation om de astronauten gezelschap te houden. Afbeelding: Kibo Robot Project.

4. Interessant
Een ander belangrijk kenmerk van een goede vriend (waarmee we doorgaans jaren, misschien wel decennia optrekken) is dat hij interessant moet zijn én blijven. Best lastig voor een geheel voorgeprogrammeerde robot. Het betekent dat hij zich moet blijven ontwikkelen, waardoor zijn reacties en gedrag niet voorspelbaar worden en hij uitdagend gezelschap blijft voor de mens. Wat daarbij kan helpen is een databank waar robots wereldwijd uit kunnen putten en zelf ook informatie in kunnen delen, zodat andere robots weer van hen kunnen leren. Een soort internet voor robots. Dat is er inmiddels: RoboEarth, bijvoorbeeld.

Uiterlijk
Er wordt ook ontzettend veel onderzoek gedaan naar het uiterlijk van de sociale robot. Moet hij eruit zien als een machine? Of juist zoveel mogelijk op een mens lijken? Uit onderzoeken is gebleken dat mensen een robot die eruit ziet als een mens enkel prettig vinden wanneer deze zich ook exact gedraagt als een mens. Zodra het gedrag van de humanoïde robot ‘robotachtig’ is, vinden ze de humanoïde robot eng en maken ze liever contact met een robot die weinig van een mens weg heeft.

5. Moreel
Vrienden heb je niet alleen om mee te kletsen, grappen te maken of emoties mee te delen. Ze zijn er ook om je te beschermen. Zo is het je beste vriend die je na een avondje doorzakken in de kroeg tegenhoudt en dwingt om niet je eigen auto, maar een taxi naar huis te nemen. Zo’n vriend neemt op dat moment een morele beslissing en kan die ook verantwoorden: het is niet goed om te gaan rijden, want je bent een gevaar voor jezelf en voor anderen. Om datzelfde van robots te mogen verwachten, moeten ze in staat zijn om onderscheid te maken tussen goed en kwaad en vervolgens de juiste keuze te maken en deze te verantwoorden. Zo heel gemakkelijk is dat nog niet. Het vraagt namelijk – net als bij het maken van sommige soorten grappen – van een robot dat hij alternatieve scenario’s in beschouwing neemt en tegen elkaar afweegt. Kan een robot het verschil tussen goed en kwaad leren? Dat is een zeer complexe vraag waar wetenschappers zich momenteel over buigen.

Vriendschap is tweerichtingsverkeer. Wij mogen bepaalde dingen van robots verwachten, maar robots mogen ook iets van ons verwachten. Wat? Nou, bijvoorbeeld empathie. Kunnen wij ons inleven in een robot? Ook dat zijn interessante vraagstukken waar wetenschappers die onderzoek doen naar de interactie tussen mensen en robots zich in vastbijten. Recent onderzoek suggereert bijvoorbeeld dat we voor robots bijna net zoveel empathie voelen als voor mensen. En hoe zit het met de persoonlijkheid van mensen en robots? Moet de persoonlijkheid van een mens op de persoonlijkheid van de robot lijken om een goede vriendschap te garanderen? Of geldt ook hier: tegengestelde polen trekken elkaar aan? En hoe moet een robotvriend er nu precies uitzien (zie kader)? En zullen we ooit wel in staat zijn om robots te vertrouwen (ook een belangrijk element van een goede vriendschap). Er zijn nog tal van vragen die beantwoord moeten worden alvorens we de band van toekomstige robots en hun menselijke vrienden daadwerkelijk zullen doorgronden en die toekomstige robots ook daadwerkelijk kunnen gaan produceren. Tot die tijd moeten we het doen met de (zeer beperkte) sociale robots die nu reeds op de markt zijn (denk aan de beroemde Furby of Tamagotchi) of onze menselijke vrienden, natuurlijk.