Een ballon en een tuinslang van 20 kilometer lang: kunnen die twee iets doen aan klimaatverandering?

Op papier werkt het uitstekend, maar hoe zit dat in de praktijk? Britse wetenschappers gaan de proef op de som nemen. Het idee is vrij simpel. Men neme een lange slang of pijp, bindt deze aan een ballon hoog in de lucht en pompt er deeltjes in die zonlicht reflecteren. Het resultaat? Het wordt koeler op aarde.

Vulkanen
Wetenschappers keken het idee af van vulkanen. Die brengen ook deeltjes in de lucht en koelen zo de aarde. Uit berekeningen is gebleken dat de aarde wanneer we jaarlijks zo’n 10 miljard kilo sulfide-deeltjes in de stratosfeer aanbrengen binnen enkele jaren twee graden koeler kan zijn.

WIST U DAT…
Wanneer de methode werkt dan is dat goed nieuws. Maar het kan zijn dat de methode ook wat nare bijwerkingen heeft. Zo kan het lokale weer erdoor beïnvloed worden. Ook is het mogelijk dat mensen minder zuinig met energie en hun CO2-uitstoot omgaan, omdat geo-engineering de effecten daarvan toch wel verzacht.

Water
In theorie is dit één van de meest veelbelovende methodes van geo-engineering. Maar hoe zit dat in de praktijk? Britten gaan dat uitzoeken. Ze laten daartoe een ballon de lucht ingaan. Aan deze ballon zit een tuinslang van 800 meter lang. Via de tuinslang wordt water naar boven gepompt. Als dat lukt, lijkt bewezen dat we in staat zijn om ook deeltjes de lucht in te pompen.

Groter
En dan kan het echte werk beginnen. Om een verschil te maken, zou een ballon met een diameter van zo’n 200 meter de lucht in moeten. Daaraan bevindt zich een tuinslang van zo’n 20 kilometer lang. Dat alles moet de stratosfeer in om te kijken of wij de positieve effecten van een vulkaanuitbarsting op effectieve wijze kunnen inzetten.

Een ambitieus plan? Misschien. Maar zelfs als de eerste experimenten goed verlopen, zijn we er nog lang niet. Zo moet gekeken worden of het echt effect heeft en of dat effect opweegt tegen de kosten (die overigens mee lijken te vallen).