In een grote zwarte kookpot suddert een sappige jus. Pas als de substantie met een grote lepel wordt doorgeroerd, wordt duidelijk wat er vanavond op het menu staat: gemarineerd dijbeen. In films en boeken gebeurt het tot grote walging of fascinatie van velen regelmatig. Tijd om het begrip kannibalisme te villen.

De geschiedenis kent vele volkeren of stammen die zich aan hun vijanden of eigen soortgenoten vergrijpen. Zo waren de Azteken niet vies van een hapje mensenvlees. Vreemdelingen of vijanden konden een warm welkom verwachten: de kookpan stond al klaar. Maar er zijn ook meer recente gevallen van kannibalisme. Zo aten Armin Meiwes en Bernd Jürgen Brandes in 2001 samen Brandes’ geslachtsdeel op, waarna Meiwes Brandes om het leven bracht en deels verder nuttigde.

Duivels kunstje
Kannibalisme wordt in de westerse wereld als verwerpelijk beschouwd. Dat heeft voornamelijk te maken met de overwegend traditioneel-christelijke visie die we er hier op na houden: kannibalisme wordt als duivels gezien. Middeleeuwse christenen portretteerden Joden niet voor niets als mensen die het bloed van christelijke baby’s nuttigden. Kannibalisme groeide na de Middeleeuwen dan ook uit tot een dankbaar argument voor de kerstening van de wereld. De kolonisten brachten na hun lange reis naar onbekende oorden vele verhalen over mensetende mensen mee naar huis en die werden aangegrepen om te pleiten voor het civiliseren van onbekende culturen.

“Wij nemen aan dat kannibalisme altijd een agressieve, barbaarse en vernederende handeling is, maar dat is een serieuze versimpeling”

Uit liefde opgegeten
Het kan echter geen kwaad om af en toe even uit het kadertje der westerse visie te stappen en verder te kijken, zo concludeert onderzoeker Beth A. Conklin. “Wij nemen aan dat kannibalisme altijd een agressieve, barbaarse en vernederende handeling is, maar dat is een serieuze versimpeling. Eentje die ervoor zorgt dat we ons niet realiseren dat kannibalisme een positieve betekenis en positief motief heeft.” Conklin bestudeerde de Wari’. Dit volk woont in het Amazonewoud en at mensen totdat de overheid en de zendelingen het in de jaren ’60 verboden. “De Wari’ zijn bijzonder, omdat ze in het geval van oorlog en overlijden twee verschillende vormen van kannibalisme hanteren. Het eten van de vijanden was een bewuste uiting van woede en minachting van de tegenstander. Maar bij begrafenissen aten de Wari’ leden van hun eigen groep die op natuurlijke manier waren overleden. Ze deden dat uit liefde en respect voor de dode en om de nabestaanden te helpen om met hun verdriet om te gaan.”

Waarom?
Woede, liefde en respect: het zijn diepe emoties die in het geval van de Wari’ tot kannibalisme leidden. Maar er zijn nog veel meer redenen om hersenen te koken of bovenbenen te braden:

Honger – In 1972 stort een vliegtuig neer in de Andes. Zestien van de 45 inzittenden overleven de ramp. Na 72 dagen komt er pas hulp. In de tussentijd vallen de dode lichamen van de metgezellen ten prooi aan de honger van de overlevenden. Het is zomaar één van de vele verhalen waarin mensen gedwongen worden om anderen op te eten. Het zou ook in de Russische hongerwinter van 1921-1922, tijdens belegeringen in de Middeleeuwen en in de Tweede Wereldoorlog zijn gebeurd.

Cultuur – Kannibalisme draait slechts zelden echt om het eten van mensenvlees; in veel gevallen zit er een diepere en symbolische betekenis achter. Zo zijn er nogal wat volkeren en stammen die net als de Wari’ hun vijanden nuttigen. Niet omdat ze zo sappig zijn, maar omdat ze hopen dat ze door het eten van dat vlees de kennis en kunde van de vijand erven.

azteekReligie – De Azteken staan bekend om hun mensenoffers. Veel antropologen vermoeden dat na die offers een logische stap volgde: het slachtoffer werd opgegeten. De Azteken offerden mensen om de goden te vriend te houden. Ze geloofden dat de geofferde mensen heilig werden. Een hapje uit de geofferde lichamen was als het ware een hapje heiligheid. Kannibalisme zou in dit geval een manier zijn om met hogere machten in contact te komen. Maar: lang niet alle antropologen geloven dat de Azteken zo met de geofferden omgingen en de kans is klein dat we de waarheid ooit nog met absolute zekerheid boven tafel krijgen.

Gezond – Er zijn wetenschappers die beweren dat het eten van mensenvlees vanwege de vele proteïnen heel gezond is. Bepaalde volken, waaronder de Azteken zouden om die reden ook regelmatig mensen hebben gegeten. Deze theorie wordt de laatste tijd echter keihard onderuit geschoffeld; de Azteken hadden genoeg proteïnerijk voedsel en dat maakte mensenvlees overbodig.

Frustratie – Er zijn ook diverse gevallen bekend waarbij de kannibaal gedreven door seksuele gevoelens overgaat tot het doden en opeten van een mens. Meiwes gaf tijdens zijn rechtszaak aan dat ook hij seksueel gestimuleerd werd door Brandes op te eten. En hij is niet de enige. Nog geen drie jaar geleden laaide in Kongo het geweld weer op. Vrouwen werden door soldaten verkracht, als (seks)slaven gebruikt en soms zelfs opgegeten. Het lijkt erop dat oorlogstrauma’s en (seksuele) frustratie tot deze daden hebben geleid.

Essentie van het leven
Totaal verschillende mensen gingen in totaal verschillende tijden over tot het eten van hun medemens. Waarom ze dat deden, is nu – een enkele controverse daargelaten – duidelijk. Maar waarom de één wel tot kannibalisme overging en de ander niet, bleef lang een raadsel. Totdat onderzoeker Peggy R. Sanday er een boek over schreef. Op basis van getuigenissen van ooggetuigen concludeerde ze dat kannibalisme slechts zelden draait om het nuttigen van vlees. Het gaat meer om de gedachtegang erachter. En dan met name om de essentie van het leven. De Azteken, stammen op Nieuw-Guinea en in het noorden van Amerika – allemaal ooit menseneters – zien die essentie van het leven en de vernieuwing ervan gesymboliseerd worden in lichaamssappen en voedsel. De culturen met een abstractere uitleg van de essentie van het leven – de Navajo Indianen bijvoorbeeld: de levenskracht wordt belichaamd door het bos – blijken veel minder snel tot kannibalisme over te gaan.

Door toedoen van zendelingen en westers geörienteerde overheden is het kannibalisme inmiddels grotendeels uitgebannen. Zo nu en dan duikt het echter – weliswaar in moderne vorm – weer met dodelijke gevolgen op. Dat wij westerlingen nog steeds niet goed weten wat we met dergelijke menseneters aan moeten, blijkt wel uit het feit dat kannibalisme niet strafbaar is. Het nuttigen van een medemens levert niet langer een gedwongen bekering, maar een veroordeling wegens het verstoren van de rust van de doden op.