Nieuw onderzoek stelt dat er geen enkel bewijs is dat katten een risico vormen voor de mentale gezondheid van jonge katteneigenaren.

Onderzoekers bestudeerden de gegevens van bijna 5000 mensen die in 1991 of 1992 geboren werden en vanaf hun geboorte tot hun achttiende levensjaar door wetenschappers waren gevolgd. Uit de gegevens bleek onder meer of de onderzochte personen opgroeiden in een huishouden met katten en of hun moeder tijdens de zwangerschap katten had.

Geen zorgen
Uit het onderzoek blijkt dat kinderen die opgroeien met katten of wiens moeder tijdens de zwangerschap katten had, op latere leeftijd geen grotere kans hadden op mentale gezondheidsproblemen dan kinderen die in een huis zonder katten groot waren geworden. “De boodschap voor kattenbezitters is duidelijk: er is geen bewijs dat een kat een risico vormt voor de mentale gezondheid van kinderen,” stelt onderzoeker Francesca Solmi.

Eerder onderzoek
Het onderzoek is in strijd met eerdere studies die suggereerden dat het bezitten van een kat kan bijdragen aan het ontwikkelen van bepaalde psychische aandoeningen. Hoe dan? Het heeft alles te maken met de veelvoorkomende parasiet Toxoplasma gondii die katten met zich mee kunnen dragen. Deze parasiet zelf wordt namelijk in verband gebracht met mentale stoornissen, zoals schizofrenie.

WIST JE DAT…

Andere factoren
Maar dit nieuwe onderzoek vindt dus geen bewijs dat het bezitten van een kat een verhoogd risico op bepaalde psychische aandoeningen met zich meebrengt. “In onze studie wees een eerste, onaangepaste analyse op een zwak verband tussen het bezitten van een kat en psychotische symptomen op dertienjarige leeftijd,” vertelt Solmi. Maar die symptomen bleken uiteindelijk toch andere oorzaken te hebben. “Zodra we ook rekening hielden met andere factoren – zoals overbevolkte huishoudens (huishoudens waarin er eigenlijk te weinig ruimte is voor alle leden, red.) en de sociaaleconomische status – lieten de gegevens zien dat katten niet de oorzaak waren (van de symptomen, red.). Eerdere studies die een verband melden tussen het bezitten van een kat en psychoses hebben simpelweg niet voldoende rekening gehouden met andere mogelijke verklaringen.”

Het nieuwe onderzoek ontkent niet dat T. gondii zelf tot psychische aandoeningen kan leiden. Uit de onderzochte gegevens blijkt namelijk niet of mensen daadwerkelijk aan de parasiet zijn blootgesteld. Wel suggereert het onderzoek dat als de parasiet psychische problemen veroorzaakt het bezitten van een kat de blootstelling aan de parasiet niet significant verhoogt. “Onze studie suggereert dat het bezitten van een kat tijdens de zwangerschap of kinderjaren geen direct risico is voor latere psychotische symptomen,” legt onderzoeker James Kirkbride uit. “Er is echter degelijk bewijs dat blootstelling aan T. gondii tijdens de zwangerschap kan leiden tot serieuze aangeboren afwijkingen en andere gezondheidsproblemen bij kinderen.” Daarom blijft het advies aan zwangere vrouwen: blijf van de uitwerpselen van katten – die de parasiet kunnen bevatten – af.