Nieuw onderzoek bewijst dat de ogen van katten het brein niet nodig hebben om zich aan de duisternis aan te passen.

Om goed in het donker te kunnen zien, moeten katten de grootte van hun pupil aanpassen. Lang dachten onderzoekers dat daarvoor contact nodig was tussen het brein en het oog. De spieren in het oog van de kat zouden aangezwengeld worden door een signaal van de zenuwen.

WIST U DAT?

Pigment
Nieuw onderzoek laat echter zien dat het oog het brein helemaal niet nodig heeft. Ook als het oog van nachtdieren zoals katten en hamsters geen contact maakte met het brein, paste het zich aan. Dat heeft alles te maken met een lichtgevoelig pigment in de iris. Dit pigment weet precies hoeveel licht er binnenvalt en of de pupil groter of kleiner moet worden. Niet een signaal van de zenuwen, maar het pigment kan de spier in het oog vervolgens aansturen.

Muis
Experimenten met muizen onderschrijven dat, zo is in het blad Nature te lezen. De onderzoekers verwijderden het gen dat het lichtgevoelige pigment stimuleert en de muizen waren niet meer in staat om op vergelijkbare wijze op licht te reageren.

Waarom onder anderen katten dit alles buiten het brein om regelen, is onduidelijk. Mogelijk voorkomen ze zo dat ze bij plotselinge blootstelling aan heel veel licht verblind worden.