Nieuw onderzoek veegt het idee dat de schedel van onze mogelijke voorouder Australopithecus sediba helemaal aangepast was aan het eten van kei- en keihard voedsel, van tafel.

De eerste resten van Australopithecus sediba werden in 2008 in Zuid-Afrika teruggevonden. Zo’n vier jaar later publiceerden wetenschappers een onderzoek dat meer inzicht gaf in het dieet van de mensachtige. De onderzoekers stelden dat A. sediba raad wist met hard voedsel zoals boomschors en harde zaden.

Australopithecus
Heel verrassend waren die bevindingen niet. A. sediba behoort immers tot het geslacht Australopithecus. En veel van de mensachtigen uit dit geslacht moeten met hun machtige kaken in staat zijn geweest om keihard voedsel te eten. “Ze hadden ongelofelijke aanpassingen in hun kaken, tanden en gezicht die ze in staat stelden om voedsel te verwerken dat heel moeilijk te kauwen of open te breken was,” vertelt onderzoeker David Strait. “Ze waren onder meer in staat om voedsel met heel veel kracht stuk te bijten.”

De schedel van Australopithecus sediba was aanzienlijk kleiner dan die van de moderne mens. Afbeelding: Brett Eloff (via Wikimedia Commons).

De schedel van Australopithecus sediba was aanzienlijk kleiner dan die van de moderne mens. Afbeelding: Brett Eloff (via Wikimedia Commons).

Niet zo machtig
Het onderzoek van 2012 stelde dus dat ook A. sediba helemaal aangepast was aan het eten van hard voedsel. Maar klopt dat wel? Strait en collega’s trekken die conclusie ernstig in twijfel. Ze maakten een computermodel van de schedel van A. sediba, lieten de gesimuleerde schedel hard voedsel ‘kraken’ en keken wat er gebeurde.

Ontwricht
Hoewel beschadigingen aan de tanden van teruggevonden A. sediba erop wijzen dat de mensachtigen soms hard voedsel nuttigden, was de schedel van de mensachtigen daar niet op gemaakt, zo blijkt uit het onderzoek. De kaken van de mensachtige zijn namelijk helemaal niet zo sterk. “Als de mensachtige zo hard als hij kon, met alle kracht in zijn kaakspieren op zijn kiezen had gebeten, zou deze zijn kaak ontwricht hebben,” stelt onderzoeker Justin Ledogar. “Het vertelt ons dat A. sediba mogelijk in staat was om hard voedsel te eten, maar het heel onwaarschijnlijk is dat deze aangepast was aan het eten van hard voedsel,” stelt Strait.

Het onderzoek gaat verder niet in op de vraag of A. sediba daadwerkelijk één van onze voorouders is. Maar het onderzoek kan wel meer inzicht geven in de evolutie van de mens. “Ook de bijtkracht van mensen is beperkt en we verwachten dat dat ook gold voor de oudste mensachtigen binnen het geslacht Homo,” stelt Ledogar. “En toch zijn er anderen binnen het geslacht Australopithecus die in dit opzicht lang niet zo beperkt zijn. Dat betekent dat sommige soorten uit dit geslacht zo evolueerden dat ze veel bijtkracht hadden, terwijl anderen (waaronder A. sediba) juist in tegenovergestelde richting evolueerden.” En uit één van de soorten binnen het geslacht Australopithecus kwam uiteindelijk dus de mens voort. “Wanneer we de oorsprong van ons geslacht willen begrijpen, moeten we ons realiseren dat ecologische factoren het eetgedrag en dieet van Australopithecus moeten hebben veranderd. Het dieet heeft waarschijnlijk een cruciale rol gespeeld in de oorsprong van Homo (het geslacht waartoe ook wij behoren, red.).”