keizerpinguin

Welke invloed heeft klimaatverandering op de keizerspinguïn? Onderzoekers zien het iets zonniger in nu blijkt dat keizerspinguïns minder honkvast zijn dan gedacht en best wel willen verhuizen als dat moet.

Onderzoekers dachten lang altijd dat keizerspinguïns elk jaar naar exact dezelfde plek togen om te broeden. Maar een nieuw onderzoek laat zien dat dat niet klopt. Onderzoekers ontdekten dat verschillende pinguïns niet naar hun vertrouwde broedplek trokken. Blijkbaar zijn de pinguïns veel sterker dan men dacht bereid om te verhuizen.

Nieuwe kolonie
De onderzoekers onderschrijven die conclusie met de recente ontdekking van een geheel nieuwe pinguïnkolonie op het Antarctisch Schiereiland. “Als we aannemen dat deze vogels elk jaar naar dezelfde locaties trekken, dan zouden nieuwe koloniën die we op satellietbeelden zien, nergens op slaan. Deze vogels verschijnen niet vanuit het niets: ze moeten ergens ander vandaan zijn gekomen. Dit suggereert dat keizerspinguïns zich tussen koloniën verplaatsen.”

WIST JE DAT…

March of the Penguins
“Het betekent ook dat we de manier waarop we veranderingen binnen populaties interpreteren, opnieuw onder de loep moeten nemen.” Een mooi voorbeeld daarvan is een pinguïnkolonie die onderzoekers al meer dan zestig jaar bestuderen en die een hoofdrol speelt in de bekende film ‘March of the Penguins‘. Aan het eind van de jaren zeventig nam het aantal pinguïns in deze kolonie in vijf jaar tijd met de helft af. Men dacht dat de hogere temperaturen – de Zuidelijke Oceaan warmde in diezelfde tijd op – daarvoor verantwoordelijk waren: meer pinguïns dan normaal zouden het loodje hebben gelegd. De onderzoekers gingen er namelijk vanuit dat deze kolonie heel geïsoleerd lag en dat de pinguïns nergens anders naartoe konden gaan. Maar satellietbeelden tonen aan dat nabij deze kolonie verscheidene andere koloniën te vinden zijn. “Het is mogelijk dat de vogels de kolonie verlaten hebben en naar een andere kolonie zijn gegaan.”

De ontdekking dat keizerspinguïns niet zo honkvast zijn als gedacht, is hoopgevend. Wellicht zijn de vogels dus flexibeler en kunnen ze ook beter omgaan met (door klimaatverandering ingegeven) veranderingen in hun leefgebied.