keizerspinguin

Satellietbeelden suggereren dat keizerspinguïns zich aan het veranderende klimaat aanpassen. Ze verlaten hun traditionele broedplaats – zee-ijs – wanneer deze later dan normaal ontstaat en broeden dan op de veel dikkere ijsplaten.

Keizerspinguïns broeden normaal gesproken op zee-ijs. Een ideale plek. Ze zijn dan namelijk altijd dicht bij het water: hun bron van voedsel. Satellietbeelden laten zien dat pinguïns in de jaren 2008, 2009 en 2010 ook inderdaad op dat zee-ijs broedden. Maar in 2011 en 2012 verplaatsten ze zich naar een nabijgelegen ijsplaat, omdat het zee-ijs zich in die jaren pas een maand nadat het broedseizoen begon, vormde.

Zee-ijs versus ijsplaat

Zee-ijs bestaat uit bevroren zout water. IJsplaten bestaan uit glaciaal ijs dat van het land afkomstig is en in zee is beland.

Dat de pinguïns het zee-ijs schijnbaar moeiteloos inruilen voor een ijsplaat is ronduit opmerkelijk. Het valt namelijk nog niet mee om op zo’n ijsplaat te klimmen: de randen kunnen wel dertig meter hoog zijn. “Hoewel de pinguïns uitstekende zwemmers zijn, worden ze op het land vaak als klunzig gezien,” merkt onderzoeker Peter Fretwell op. Desalniettemin gaat de klim ze blijkbaar goed af.

Eerder stelden onderzoekers nog vast dat het er niet best uitzag voor de keizerspinguïn, omdat deze zo afhankelijk is van zee-ijs. Maar dit onderzoek suggereert dat de pinguïns in staat zijn om zich aan te passen. “Deze nieuwe resultaten kunnen ons helpen begrijpen wat de toekomst voor deze dieren in het verschiet heeft,” stelt onderzoeker Barbara Wienecke. Tegelijkertijd waarschuwt ze dat we er niet automatisch vanuit moeten gaan dat alle pinguïnkoloniën zich op deze manier aanpassen. “Dat deze vier koloniën in staat zijn om zich te verplaatsen naar een andere omgeving – van zee-ijs naar ijsplaat – om met lokale omstandigheden om te kunnen gaan, hadden we totaal niet verwacht. We moeten nog ontdekken of ook andere soorten zich aan de veranderende omstandigheden aanpassen.”