Door methaan te produceren uit restproducten uit de landbouw, kan Kenia jaarlijks 3900 Gigawattuur aan bio-energie produceren. Genoeg energie om driekwart van de huidige energieproductie in Kenia te dekken en om het importeren van fossiele brandstoffen te stoppen. Dit blijkt uit een onderzoek van milieutechnoloog Henri Spanjers.

Spanjers en andere onderzoekers rekenden eerst het volume aan restproducten uit bij de teelt van mais, katoen en gerst. Residuen van deze gewassen zijn met behulp van vergisting goed om te zetten in methaan. Tests in het laboratorium van milieutechnologie in Wageningen wezen uit dat een ton maïsafval 363 kubieke meter methaan oplevert. Een ton katoenafval is goed voor 365 kuub methaan, restproducten van gerst leveren 271 kuub methaan op.

Vergisting van alle restproducten van deze gewassen is goed voor 1300 miljoen kuub methaan. De residuen uit de landbouw worden nu doorgaans ondergeploegd, verwerkt tot compost of gedumpt op stortplaatsen, vertelt Spanjers. “Dat laatste is zorgelijk, want op zo’n stortplaats gaat het afval gisten, zodat het broeikasgas methaan vrijkomt in het milieu.”

Kenia doet op dit moment nog weinig aan methaanproductie. Om de potenties van methaan uit plantaardige afvalstromen waar te maken, zijn organisatorische en politieke veranderingen nodig in Kenia, zegt Spanjers. “Individuele boeren kunnen weinig met het afval. Je moet bijvoorbeeld coöperaties opzetten om het afval te verzamelen en te verwerken.” Hij denkt aan relatief kleine biogasinstallaties voor de lokale energievoorziening. “De technologie is niet ingewikkeld, we weten hoe het moet.”