Het kieskeurige eetgedrag van peuters is voornamelijk het resultaat van genetische invloeden, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

Het zal veel ouders bekend in de oren klinken: een peuter die niet bereid is om nieuwe dingen te proeven en/of heel selectief is in wat hij/zij wel en niet eet. Maar hoe is dat alles nu te verklaren? Zit het in de genen? Of zijn omgevingsfactoren – bijvoorbeeld de opvoeding – de boosdoener?

Genen
Wetenschappers van University College London hebben het uitgezocht en komen met bemoedigend nieuws voor ouders. Zowel het gebrek aan bereidheid om nieuwe dingen te proeven als kieskeurigheid blijkt voornamelijk het resultaat te zijn van genetische invloeden, zo is in het blad Journal of Child Psychology and Psychiatry te lezen. De onderzoekers baseren hun conclusie op gegevens van 1921 gezinnen met daarin zestien maanden oude tweelingen.

Omgeving versus genen
Kieskeurig eetgedrag wordt vaak gezien als het resultaat van slecht ouderschap. Terwijl het feit dat veel peuters niet bereid zijn om nieuwe dingen te proeven, gezien wordt als ‘een fase’. Maar hoe zit het nu werkelijk? Het onderzoek wijst uit dat de thuisomgeving en het gedrag van ouders een grotere invloed heeft op kieskeurigheid dan op het gebrek aan bereidheid om nieuwe dingen te proeven. Maar in beide gevallen was de invloed die genen op het eetgedrag van de kinderen hadden, groter dan de invloed van de omgeving.

Invloed uitoefenen
Voor alle ouders die nu een zucht van opluchting slaken, heeft onderzoeker Clare Llewellyn een belangrijke boodschap. “Genen zijn niet onze lotsbestemming. We weten van veel eigenschappen met een sterke genetische basis dat ze toch veranderd kunnen worden.” Ze denkt dan bijvoorbeeld aan het gewicht van mensen. Het betekent dat ouders zich na het lezen van dit onderzoek niet zomaar neer moeten leggen bij de kieskeurigheid van hun kinderen. Nader onderzoek zal uit moeten wijzen welke omgevingsfactoren de grootste invloed uitoefenen op het eetgedrag van kinderen. En dat biedt ouders dan handvaten om een positieve invloed uit te oefenen op dat grotendeels door genen ingegeven eetgedrag.

Eerder onderzoek wees uit dat ouders van tweelingen waarbij het ene kind veel kieskeuriger is dan het andere daarop reageren door het ene kind op een andere manier te voeden dan het andere. Zo wordt er meer druk gelegd op het kind dat kieskeurig is en wordt lievelingsvoedsel (bijvoorbeeld een toetje) gebruikt om dat kind te belonen wanneer het iets eet wat het niet zo lekker vindt. Met dit nieuwe onderzoek in gedachten kun je zeggen dat ouders met hun voedselbeleid reageren op de aangeboren kieskeurigheid (en dus niet met hun voedselbeleid de kieskeurigheid veroorzaken). Beide onderzoeken schoffelen het idee dat kieskeurig eetgedrag simpelweg het resultaat is van slecht ouderschap dan ook onderuit.