Al jaren neemt de levensverwachting van de Nederlander gestaag toe. Maar of we binnenkort massaal honderd jaar of ouder worden? Dat is nog maar zeer de vraag.

“Allan wordt 100 en dat wordt groots gevierd in het bejaardentehuis, behalve dan dat de jarige het op zijn heupen krijgt en kort voordat het feest losbarst, vertrekt. De tijd die hem rest kan hij beter besteden, vindt hij en hij klimt uit het raam en verdwijnt” (flaptekst van het boek ‘De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween’ van Jonas Jonassen uit 2011).

Honderd worden en vol energie zijn om er op uit te trekken, zoals Allan Karlsson in Jonassen’s bestseller, is geen fictie meer. Eerder deze maand overleed bijvoorbeeld Susannah Mushatt Jones op een leeftijd van 116 jaar. Zij was tot dat voor haar fatale moment de oudste mens op aarde. Toch is momenteel een leeftijd boven de 100 jaar nog maar weinig mensen in ons land gegund. Minder dan één procent van de mensen die een eeuw geleden zijn geboren, heeft de 100 jaar gehaald.

Alarm
En volgens kinderarts en voedingsprofessor David Ludwig van Harvard kunnen we de hoop om massaal de 100 te halen beter uit ons hoofd zetten. Hij sloeg eerder dit jaar alarm in het gezaghebbende medische tijdschrift JAMA. Volgens gegevens van de Amerikaanse GGD stierven er in de eerste negen maanden van 2015 voor alle leeftijdsgroepen meer mensen aan hart- en vaatziekten, diabetes, beroerten, leverziekten en Alzheimer dan het jaar ervoor. Het resultaat van ongezond eten en het dikker worden van de Westerse mens, volgens Ludwig.
Wereldwijd zijn er inmiddels meer mensen met ernstig overgewicht dan met ondergewicht, konden we in het aprilnummer van de Lancet lezen. Ook Nederland ontkomt niet aan de gevolgen van een ongezonde leefstijl. Volgens recent onderzoek van het RIVM en het UMC in Utrecht komen in ons land overgewicht, obesitas en een hoge bloeddruk in elke nieuwe jongere generatie vaker voor dan in de eerdere generatie. Fanny Janssen, universitair hoofddocent Demografie aan de Rijksuniversiteit Groningen, bevestigt dat een leefstijlepidemie de levensverwachting flink kan verstoren. “Dat zag je tijdens de rookepidemie, toen stagneerde de toename in de levensverwachting in Nederland.”

Ongestoorde groei
Vooralsnog is de levensverwachting in de Westerse wereld in de loop van de eeuwen crescendo omhoog gegaan. In hun Science-artikel in 2002 beschrijven de gerenommeerde demografische onderzoekers Jim Oeppen en James Vaupel hoe de hoogste levensverwachting in de wereld tussen 1840 en 2000 ongestoord groeide: een perfecte rechte lijn opwaarts, zonder enig spoor van afvlakking of een plafond in zicht (zie de afbeelding hieronder, blauwe en rode punten). Vrouwen in het koploperland, het land met de hoogste levensverwachting in een jaar, kregen er in 160 jaar 40 jaar bij, oftewel drie maanden extra per jaar. Mannen liepen iets achter bij de vrouwen maar ook hun levensverwachting ging hard omhoog tussen 1840 en 2000. Er kwam zo’n 35 jaar bij, een toename van meer dan twee en een halve maand per jaar.

Levensverwachting bij de geboorte vanaf 1840 voor het 'koploperland' (het land met de hoogste levensverwachting in een jaar). Gegevens tussen 1840 en 2000 zijn afkomstig van Oeppen & Vaupel (Science, 2002); gegevens van 2000 t/m 2014 afkomstig van Wereldbank (data.worldbank.org).

Levensverwachting bij de geboorte vanaf 1840 voor het ‘koploperland’ (het land met de hoogste levensverwachting in een jaar). Gegevens tussen 1840 en 2000 zijn afkomstig van Oeppen & Vaupel (Science, 2002); gegevens van 2000 t/m 2014 afkomstig van Wereldbank (data.worldbank.org).

De stijgende trend die Oeppen en Vaupel 15 jaar geleden beschreven, blijkt nog steeds actueel. Wanneer hun gegevens worden aangevuld met de berekende levensverwachting in de gezondste landen op aarde vanaf 2000 – voor de vrouwen vooral Japan, bij de mannen wisselen Japan, San Marino, Ijsland en Hongkong sinds 2000 stuivertje – dan wijken deze niet af van het verloop dat de levensverwachting de 160 jaar ervoor liet zien (zie de afbeelding hierboven, de groene en paarse punten).

levenOp naar de 100
In dit tempo haalt een pasgeboren meisje in Japan in 2070 een levensverwachting van 100 jaar, voor een jongen zou dat rond de eeuwwisseling zijn. Janssen twijfelt er niet over: “Zoals de rookepidemie grotendeels aan Japan is voorbij gegaan, vormt ook obesitas minder een bedreiging in Japan dan bijvoorbeeld in Amerika. Een levensverwachting van 100 gaat de Japanner halen.”
Dat wil overigens niet zeggen dat de Japannertjes die aan het einde van deze eeuw worden geboren, gemiddeld genomen ook 100 jaar worden. Ze zullen namelijk nog een stuk ouder worden, aldus Janssen. Want hoewel de naam anders suggereert, geeft de levensverwachting bij de geboorte geen goede verwachting van de daadwerkelijke leeftijd waarop iemand komt te overlijden. Janssen: “De levensverwachting bij de geboorte geeft een onderschatting van hoe oud mensen echt worden. Dat komt omdat men bij de berekening van de levensverwachting uit gaat van de sterftekans die op dat moment heerst en dat deze na de geboorte niet verandert.” En dat is niet reëel omdat de sterftecijfers overal in de Westerse wereld al meer dan een eeuw aan het dalen zijn. Zo was in 1900 in Nederland de levensverwachting bij de geboorte voor vrouwen 49 jaar. Maar toen alle vrouwen, die in 1900 waren geboren, overleden waren, bleek dat ze in werkelijkheid gemiddeld 58 jaar oud waren geworden.

Uit de kopgroep gelost
In Nederland nam de levensverwachting lange tijd ook toe in het tempo dat je in de eerste afbeelding van dit artikel, ziet. Nederlandse mannen hadden in 1960 nog de hoogste levensverwachting op aarde en ook onze vrouwen stonden in de top vijf van het klassement van het ‘langste leven’. Maar, zoals de afbeelding hieronder laat zien, snel daarna vlakte de levensverwachting behoorlijk af en moest de Nederlander lossen uit de kopgroep. Eerst de man, en zo’n 30 jaar later ook de vrouw. Janssen: “De gevolgen van roken werden toen pas duidelijk. Mannen waren aan het begin van de 20e eeuw massaal aan de sigaret gegaan en dat zag je terug in de sterftecijfers zo’n 60 jaar later.” En dus ook in de levensverwachting.

Hier zie je de levensverwachting bij de geboorte in Nederland ten opzichte van het 'koploverland' (het land met de hoogste levensverwachting in een bepaald jaar) vanaf 1950, voor de vrouwen. Tussen 1960 en 1975 (het eerste blauwe pijltje links) had een pasgeboren Nederlands meisje één van de hoogste levensverwachtingen in de wereld. Maar vanaf 1985 (het tweede pijltje van links) bleef deze duidelijk achter. Vanaf 2003 is er weer een opleving te zien. Gegevens van de Wereldbank (koploperland) en CBS (Nederland).

Hier zie je de levensverwachting bij de geboorte in Nederland ten opzichte van het ‘koploverland’ (het land met de hoogste levensverwachting in een bepaald jaar) vanaf 1950, voor de vrouwen. Tussen 1960 en 1975 (het eerste blauwe pijltje links) had een pasgeboren Nederlands meisje één van de hoogste levensverwachtingen in de wereld. Maar vanaf 1985 (het tweede pijltje van links) bleef deze duidelijk achter. Vanaf 2003 is er weer een opleving te zien. Gegevens van de Wereldbank (koploperland) en CBS (Nederland).

Stijging
De rookepidemie is grotendeels op zijn retour en onze levensverwachting heeft weer een stijgende lijn ingezet. De laatste tien jaar steeg de levensverwachting van een pasgeboren jongetje in ons land met drie jaar, voor een meisje was dat bijna twee jaar. Volgens de laatste getallen uit 2014 ligt momenteel de levensverwachting bij de geboorte van een Nederlandse jongen bij 79,9 en voor een meisje bij 83,3 jaar. In het tempo waarop de levensverwachting in ons land sinds 2000 steeg – elk jaar 0,32 jaar erbij voor mannen en 0,21 jaar erbij voor vrouwen – zou Nederland aan het einde van de eeuw ook een levensverwachting van 100 jaar moeten kunnen halen.

Hier zie je de levensverwachting bij de geboorte in Nederland ten opzichte van het 'koploverland' (het land met de hoogste levensverwachting in een bepaald jaar) vanaf 1950, voor de mannen. In 1960 (het eerste blauwe pijltje van links) had een pasgeboren Nederlandse jongen de hoogste levensverwachting in de wereld, maar de jaren erna (het tweede blauwe pijltje van links) stagneerde deze. Vanaf 2003 (het derde pijltje van links) kruipt de levensverwachting van de Nederlandse man weer richting die van het koploperland. Gegevens van de Wereldbank (koploperland) en CBS (Nederland).

Hier zie je de levensverwachting bij de geboorte in Nederland ten opzichte van het ‘koploverland’ (het land met de hoogste levensverwachting in een bepaald jaar) vanaf 1950, voor de mannen. In 1960 (het eerste blauwe pijltje van links) had een pasgeboren Nederlandse jongen de hoogste levensverwachting in de wereld, maar de jaren erna (het tweede blauwe pijltje van links) stagneerde deze. Vanaf 2003 (het derde pijltje van links) kruipt de levensverwachting van de Nederlandse man weer richting die van het koploperland. Gegevens van de Wereldbank (koploperland) en CBS (Nederland).

Flinke rem
Maar volgens de ‘Bevolkingsprognose 2012-2060’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laat een levensverwachting van 100 jaar in ons land nog lang op zich wachten. In ieder geval voor de komende 45 jaar – het CBS waagt zich aan een voorspelling tot 2060 – komt er een flinke rem op de groei van onze levensverwachting in vergelijking met de toename van 2000 tot 2014 (zie de afbeelding hieronder). Het bureau voorspelt een levensverwachting van 87,1 voor de Nederlandse man en 89,9 voor de vrouw in 2060. Een magere toename van 7 à 8 jaar de komende 45 jaar, oftewel 0,15 jaar extra voor elk jaar. Wie met een heel scherp oog naar de voorspelling kijkt (groene en paarse punten), ziet zelfs dat het CBS verwacht dat de stijging van onze levensverwachting niet in een rechte lijn omhoog gaat maar afbuigt: het wordt dan heel onwaarschijnlijk dat een levensverwachting van 100 jaar ooit zal worden bereikt.

Levensverwachting bij de geboorte in Nederland van 1950-2014 (blauw: vrouw; rood: man) en geschatte levensverwachting van 2015-2016 (groen: vrouw; paars: man) volgens bevolkingsprognose 2012-2060 van Centraal Bureau voor de Statistiek.

Levensverwachting bij de geboorte in Nederland van 1950-2014 (blauw: vrouw; rood: man) en geschatte levensverwachting van 2015-2016 (groen: vrouw; paars: man) volgens bevolkingsprognose 2012-2060 van Centraal Bureau voor de Statistiek.

Janssen werkte mee aan de prognose die je ziet in de afbeelding hierboven. Ze legt uit dat de rookepidemie nog steeds doorsijpelt in de voorspellingen. “De piek van de rookepidemie lag voor de Nederlandse vrouw rond 1975. Tot circa 2035 zien we dat nog terug in de sterftecijfers waarop we de levensverwachting baseren, met als gevolg dat de levensverwachting tot die tijd minder sterk stijgt.” Omdat de piek van de rookepidemie voor de Nederlandse man een stuk eerder lag, verklaart dat ook dat in de afbeelding hierboven de levensverwachting voor mannen en vrouw in de toekomst dichter bij elkaar komen te liggen.

Vraagtekens
Betekent deze ietwat sombere CBS-prognose dat een leeftijd van honderd jaar ook voor de kinderen die nu geboren worden meer uitzondering dan regel zal zijn? Volgens Joop de Beer, themaleider ‘vergrijzing en levensduur’ bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), hoeft dat niet zo te zijn. In een artikel met de prikkelende titel “Is de CBS prognose van de levensverwachting te conservatief?” stelt hij vraagtekens bij de vooruitblik van het CBS. Hij snapt wel waar de voorzichtigheid van het bureau vandaan komt. “De vorige eeuw was de stijgende levensverwachting vooral te danken aan het terugdringen van allereerst de kindersterfte. Later volgde de sterfte op middelbare leeftijd doordat het aantal mensen dat dood ging aan hart- en vaatziekten daalde. Nu die rek eruit is, kan de levensverwachting in de toekomst alleen nog in een rechte lijn toenemen als de sterfte op hoge leeftijden ook uitgesteld wordt. Het CBS trekt in zijn prognose de in het verleden waargenomen sterftecijfers op hoge leeftijden gewoon door en dat veroorzaakt de afbuiging.”

Sterftecijfers (als percentage mensen dat nog in leven is) in relatie tot leeftijd van verschillende geboortegeneraties (mannen en vrouwen samen). Bij de generatie geboren rond 1850 was de kindersterfte hoog, bij de generatie geboren rond 1900 stierven veel mensen op middelbare leeftijd. Voor de generatie die geboren is rond 1950 en later wordt de levensduur bepaald door de sterfte op hoge leeftijd. Gegevens zijn afgeleid van CBS en de Beer (2013) "Een levensduur van meer dan 100 jaar: van uitzondering naar regel?"

Sterftecijfers (als percentage mensen dat nog in leven is) in relatie tot leeftijd van verschillende geboortegeneraties (mannen en vrouwen samen). Bij de generatie geboren rond 1850 was de kindersterfte hoog, bij de generatie geboren rond 1900 stierven veel mensen op middelbare leeftijd. Voor de generatie die geboren is rond 1950 en later wordt de levensduur bepaald door de sterfte op hoge leeftijd. Gegevens zijn afgeleid van CBS en de Beer (2013) “Een levensduur van meer dan 100 jaar: van uitzondering naar regel?”

De sterftecijfers van de afgelopen 175 jaar in ons land laten zien wat de Beer bedoelt. De afbeelding hierboven geeft een samenvatting. Opeenvolgende generaties worden steeds ouder. De helft van de mensen die rond 1850 op de wereld kwam (blauwe doorgetrokken lijn), werd slechts 40 jaar of ouder; van de mensen die rond 1900 werden geboren (rode lijn), haalde de helft al de 65 jaar. Van de generatie geboren rond 1950 (groene lijn) zijn nog mensen in leven maar de helft daarvan haalt waarschijnlijk een leeftijd van 80 jaar of meer.
Maar omdat niet veel mensen héél oud werden, kwam de meeste sterfte binnen een steeds kortere tijdsbestek te liggen (de groene lijn daalt sneller dan de rode lijn die weer sneller daalt dan de blauwe lijn). De Beer: “We noemen dit compressie van de levensduur. Dit verklaart waarom ondanks de voortdurende stijgende levensverwachting het record van de maximale leeftijd niet steeds wordt gebroken.” Op Wikipedia is inderdaad te lezen dat het record van de oudste vrouw in ons land (115 jaar) en de oudste man inmiddels al meer dan 10 jaar staan.
Met een aanhoudende compressie van de levensduur als uitgangspunt waagde de Beer zich met een computermodel aan een voorspelling van het aantal jongens en meisjes dat op dit moment vanaf hun geboorte de 100 jaar zou halen. Volgens het model zou dat de helft van de meisjes en een derde van de jongens zijn (de afbeelding hierboven, horizontale zwarte pijl).

Menselijk leven: eeuwig of eindig?
Bij het voorspellen van de toekomstige levensverwachting staan twee kampen recht tegenover elkaar. Het ene kamp – de gerontologische school – bestaat uit, zeg maar, doemdenkers. Ze houden het erop dat er een grens zit aan het leven en dat het op een bepaalde leeftijd niet verder valt op te rekken. Het andere kamp – de geriatrische school – zijn meer de positivo’s. Deze groep verwacht dat de levensverwachting zal blijven toenemen vanwege nieuwe biomedische ontwikkelingen en omdat in het DNA vooralsnog geen maximale leeftijd lijkt vastgelegd.
In hun artikel in Science van 2002, schetsen Oeppen & Vaupel een mooi beeld van de strijd tussen beide kampen. Door de geschiedenis heen voorspelt het kamp van de doemdenkers een absoluut plafond aan onze levensduur maar telkens weer wordt het naderend onheil achterhaald door de feiten. Louis Dublin, als statisticus werkzaam bij de Metropolitan Life Insurance Company, deed in 1928 de eerste serieuze poging. Hij baseerde zich op de Amerikaanse sterftegegevens én op de fysiologische kennis van dat moment en kwam uit op een maximum leeftijd van 64 en driekwart jaar, bijna acht jaar meer dan de levensverwachting in de Verenigde Staten op dat moment. Wat hij echter niet wist, was dat aan de andere kant van de Grote Oceaan niet-Maori vrouwen in Nieuw-Zeeland al een levensverwachting van 66 jaar hadden. Na Dublin volgden nog veel andere statistiek experts die een kijkje in de glazen bol van de levensverwachting namen. Keer op keer voorspelden zij een nieuwe absolute limiet aan de duur van een mensenleven maar vooralsnog heeft geen van hen het bij het rechte eind gehad.

Hoopvol?
Een hoopvol vooruitzicht voor de jongste generatie dus. En zelfs deze voorspelling kan een onderschatting zijn, zegt de Beer. “De laatste sterftecijfers wijzen er op dat van de generatie die rond 1950 geboren is, niet alleen meer mensen 80 jaar worden maar ook meer mensen écht ouder worden, ouder dan 100 jaar dus. Dat betekent dat de overlevingskansen voor alle leeftijden beter worden, er is uitstel van de sterfte.” Wanneer de Beer in zijn model uitging van dit scenario – een evenwijdige verschuiving van de sterftecijfers (oranje pijl, afbeelding hierboven) -, haalt zelfs twee derde van de meisjes en ruim de helft van de jongens, die nu ter wereld komen, de 100 jaar.

Niet dodelijk
De wetenschap is het er over eens dat de levensverwachting deze eeuw blijft stijgen. Maar hoe snel dat gaat, of dat in een rechte of kromme lijn gebeurt en hoeveel mensen uiteindelijk de 100 gaan halen, het blijft koffiedik kijken. De Beer gaat er in zijn computermodellen stilzwijgend vanuit dat de overlevingskansen van elke generatie onverminderd groter worden dan die van de generatie ervoor. “De medische vooruitgang in het voorkomen van overlijden is sterk toegenomen. Veel kankers, zoals borstkanker bijvoorbeeld, zijn niet meer dodelijk maar worden een chronische ziekte.”
De Beer verwacht dan ook niet dat de obesitasepidemie een remmend effect heeft op deze ontwikkeling. “Van roken ga je dood, van obesitas niet direct. Het zal leiden tot een toename aan hart- en vaatziekten, maar dat zijn ziekten waar de gezondheidszorg door een betere medische behandeling steeds meer controle over krijgt”, legt hij uit. Janssen sluit zich bij hem aan: “Zo’n groot effect als roken op de levensverwachting verwacht ik niet voor obesitas. De levensverwachting kan een dipje krijgen maar op de lange termijn blijft hij stijgen. De mens is altijd in staat gebleken om dit soort bedreigingen aan te pakken, daar zijn we gewoon goed in.”

Allan is de vierde bewoner vandaag die 100 jaar wordt. Dat wordt niet meer gevierd in het bejaardentehuis, dat doen ze pas als iemand de 120 haalt. Maar daar gaat Allan niet op wachten. De tijd die hem rest kan hij beter besteden, vindt hij. Hij wil uit het raam klimmen maar komt klem te zitten. Had hij nu maar de lift genomen, zoals hij altijd doet… (flaptekst van het boek ‘De 100-jarige man die uit het raam klom, maar vast komt te zitten’ – auteur onbekend, 2111).

Jurgen van Teeffelen (1968) is sinds 2014 freelance wetenschapsjournalist. Tot die tijd werkte hij als gepromoveerd fysioloog aan universiteiten in Nederland (AMC, Maastricht) en de Verenigde Staten (Yale). Data in plaats van meningen vormen de basis van zijn artikelen. Naast wetenschap schrijft Jurgen graag over sport en doet dat o.a. op HetisKoers.nl en Buitenkantvoet.com.