Drugs is natuurlijk van alle tijden, maar wist u dat Nederland er in de Eerste Wereldoorlog stinkend rijk mee is geworden?

Vanavond start op National Geographic Channel een nieuw seizoen van Drugs Inc. Voor de première van dit tweede seizoen ging Bart Delwig in gesprek met Conny Braam, schrijfster van onder meer ‘De Woede van Abraham’ en ‘Het Schandaal’. Zij deed uitgebreid onderzoek naar de Nederlandsche Cocaïnefabriek en schreef er het boek ‘De Handelsreiziger’ over. In een interview dat Delwig exclusief voor Scientias.nl schreef, vertelt ze over haar onderzoek en haar bevindingen.

Nederland
In het programma Drugs Inc. wordt een kijkje genomen in de drugsindustrie. Het is een zeer lucratieve handel waar veel geld wordt verdiend. Maar er is ook veel ellende. Denk aan verslaafden die niet meer zonder drugs kunnen en de drugsoorlogen waarin drugsbaronnen over lijken gaan. In het programma worden al die verschillende aspecten belicht. Zo komen er verschillende soorten drugs aan bod en doen zowel dealers als politici en verslaafden hun verhaal. Ook het hele proces dat aan het rollen van een jointje voorafgaat (het produceren, transporteren) wordt behandeld en natuurlijk is er ook aandacht voor de negatieve gevolgen die drugs voor het menselijk lichaam heeft. Dat Nederland een rol speelt in deze internationale serie mag geen geheim zijn. Eén van de dingen waar wij internationaal bekend om staan is namelijk ons open drugsbeleid. Wiet en hasj kun je legaal in bepaalde hoeveelheiden kopen en zelfs telen. Een minder bekend feit over Nederland en drugs is de Nederlandse Cocaïnefabriek, die bestond van 1900 tot 1962, en een rol speelde in zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog. De Cocaïnefabriek is een fenomeen waarvan weinig Nederlanders afweten. En dat is niet zo heel verwonderlijk, vertelt Braam.

Een tekening van architect Hermanus Hendrikus Baanders laat zien hoe de fabriek - die rond 1902 uit zijn jasje was gegroeid - kon worden uitgebreid.

Cocaïnefabriek
“Ik denk dat weinig Nederlanders afweten van het bestaan van de Nederlandse Cocaïnefabriek, omdat men er natuurlijk niet trots op is. Politici hebben zoveel mogelijk bewijs weggedrukt na de wereldoorlogen. Op een enkeling na is het zelfs bij historici onbekend. Het is natuurlijk ook schandalig dat we in de Eerste Wereldoorlog zoveel hebben verdiend met cocaïne.” Nederland heeft in die tijd inderdaad veel verdiend; naast de Verenigde Staten kwam ons land als rijkste uit die oorlog. De belangrijkste inkomstenbron? Cocaïne. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog kondigde Nederland een exportverbod af. Maar enkele weken later komen we daar al weer op terug. En vanaf dat moment levert de Nederlandsche Cocaïnefabriek aan alle landen die in oorlog zijn.

Vechtmachines
Dat cocaïne zo goed verkocht tijdens de oorlogen is niet vreemd. Onderzoeker Theodor Aschenbrandt testte cocaïne op Duitse soldaten en de resultaten waren veelbelovend. “In zijn rapport uit 1883 ‘Die psychologische Wirkung und Bedeutung des Cocain’ beschrijft hij hoe uit tests met coke op Duitse soldaten bleek dat hun uithoudingsvermogen toenam en dat honger en angst afnamen. Daarnaast nam hun zelfoverschatting toe en werden ze makkelijker opgehitst. Kortom: coke maakt goede vechtmachines van hen.”

Een aandeel in de cocaïnefabriek.

Onderzoek
Braam weet ontzettend veel van de Nederlandsche Cocaïnefabriek, maar dat ging allemaal niet vanzelf, zo vertelt ze. “Het was niet makkelijk om informatie te achterhalen over de fabriek. Het was een zoektocht waarin ik twee jaar lang, zeven dagen in de week bezig was; ik voelde me net een detective. Ik moest veel frustratie wegslikken. Je kon niet zeggen dat je onderzoek deed naar cocaïne, dan gingen alle deuren voor je dicht. Ik zei dat ik informatie zocht over het gebruik van geneesmiddelen in de Eerste Wereldoorlog, en zo kon ik in het geheim onderzoek doen. Vooral in Engeland en Duitsland moest ik zeer voorzichtig zijn. Tijdens mijn onderzoek heb ik weinig mensen gesproken die persoonlijk bij de fabriek betrokken waren. Je kan moeilijk een oproep plaatsen in de krant, want dan zou iedereen weten waar ik onderzoek naar deed. Nadat het boek was geschreven kreeg ik wel contact met oudwerknemers en hun familie. De werkgevers wisten dat ze fout bezig waren, maar de arbeiders niet. Die waren al blij dat ze een baan hadden. Het betaalde blijkbaar erg weinig, ondanks dat ze met veel chemische stoffen en dergelijke werkten. Ook de veiligheidsmaatregelen waren erg slecht in de fabriek.”

Op Java werden cocabladeren fijngestampt. Het resultaat werd in de fabriek verwerkt tot cocaïne.

Tweede Wereldoorlog
Maar niet alleen in de Eerste Wereldoorlog speelde de fabriek een rol. “Na het onderzoek kwam ik erachter dat in 1942 de productie van de fabriek weer flink omhoog ging. Toen Nederland bezet werd door Duitsland hebben we voor de Duitse soldaten amfetamine (speed) geproduceerd. Wat ik erg vreemd vond was dat na de Tweede Wereldoorlog veel bedrijven werden gestraft voor collaboratie, maar de Nederlandse Cocaïnefabriek niet. De Nederlandse politici probeerden dit natuurlijk zo snel mogelijk weer weg te stoppen.”

De fabriek sloot in 1962, maar Conny denkt dat drugs nog steeds een grote rol spelen in oorlogen. “In Irak, Afghanistan, overal. Zelfs in Afrika; als je die kindsoldaten ziet met dat beestachtige gedrag en hun grote pupillen is er geen twijfel over mogelijk.” Toch is drugsgebruik in oorlogen geen bekend fenomeen, en je ziet het ook niet vaak terug in films. “Om een film te maken heb je subsidie en toestemmingen nodig,” zegt Conny. “En op dit onderwerp ligt een enorm groot taboe. Het is iets wat overheden niet graag aan het licht gebracht zien worden. Daarom denk ik dat er tot nu toe weinig films over zijn gemaakt.”

Meer weten over de Cocaïnefabriek of drugs? ‘De Handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïnefabriek’ is te koop in de Nederlandse boekhandels. Drugs Inc. is vanaf 16 januari elke maandag om 22.00 op National Geographic Channel te zien.