Als er gevaar dreigt, kunnen de embryo’s van de roodoogmakikikker binnen enkele seconden besluiten hun geboorte wat te vervroegen. Dat hebben onderzoekers ontdekt.

De roodoogmakikikker leeft in bomen en legt haar eieren (in groepjes bestaande uit ongeveer 40 exemplaren) op bladeren of takken die boven het water hangen. De eitjes hebben ongeveer een week nodig om uit te komen. De kikkervisjes vallen dan in het water onder de takken of bladeren.

Embryo's verlaten snel het ei als gevaar dreigt. Afbeelding: Karen M. Warkentin.

Embryo’s verlaten snel het ei als gevaar dreigt. Afbeelding: Karen M. Warkentin.

Gevaar
Maar in die week die de kikkertjes in hun eieren doorbrengen, kan een hoop gebeuren. Er zijn namelijk nogal wat gevaren. Hongerige slangen lusten de eitjes graag. En ook overstromingen of hoosbuien vormen een gevaar voor de eieren. Gelukkig zijn de embryo’s allesbehalve weerloos… “De meeste mensen denken dat embryo’s vrij passief zijn,” vertelt onderzoeker Karen Warkentin. “Maar er komt steeds meer bewijs dat embryo’s van veel verschillende soorten actief deel uitmaken van hun wereld, ze ontvangen niet alleen informatie, maar gebruiken het ook om dingen te doen die ze helpen om te overleven.”

Klieren
En dat is exact wat ook de embryo’s van de roodoogmakikikker doen. Zodra er gevaar dreigt, komen ze in actie. “Ze maken schuddende bewegingen terwijl uit de klieren op hun snuit enzymen komen,” vertelt Warkentin. Het is niet ongewoon dat embryo’s van kikkers enzymen loslaten om hun ei te kunnen verlaten. Maar bij veel andere kikkersoorten zitten de klieren waar deze enzymen uit komen, verspreid over het hele lichaam. Bovendien komen de enzymen over een langere periode – uren of zelfs dagen – vrij. Bij de embryo’s van de roodoogmakikikker zitten de klieren heel geconcentreerd op de snuit en komen ze in korte tijd vrij. Zo ontstaat eigenlijk een krachtige straal enzymen die in korte tijd en op een specifieke plek (recht voor de snuit van de embryo) een gaatje in het ei kan maken. Via dat gaatje kan de embryo het ei verlaten. Soms verlaten de embryo’s hun eieren wel twee dagen eerder dan eigenlijk zou moeten.

En het gaat allemaal snel, zo laten experimenten zien. De onderzoekers verzamelden wat eieren in het lab en stelden ze bloot aan trillingen die de embryo’s zouden associëren met een roofdier. De embryo’s hadden vervolgens tussen de 6 en 50 seconden nodig om uit hun ei te kruipen. In het wild gaat het, wanneer de embryo’s bedreigd worden door een echte slang, zelfs nog sneller, zo stellen de onderzoekers. “Het proces van uit het ei kruipen is de eerste atletische prestatie van de embryo,” vindt Warkentin.