Snerende ouders opgelet: uw kleuter begrijpt precies wat u bedoelt. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat kinderen al vanaf hun vierde jaar begrijpen of iets ironisch of sarcastisch bedoeld is of niet. Eerder dacht men dat kinderen dat onderscheid pas vanaf hun achtste of tiende levensjaar konden maken. We hebben ze weer onderschat…

De onderzoekers bestudeerden 39 gezinnen. Alle gezinnen telden twee kinderen. De wetenschappers keken en luisterden hoe kinderen reageerden op hun ouders wanneer deze vier types stijlfiguren gebruikten: de hyperbool (overdrijving: ik heb dat al tienduizend keer gezegd), het eufemisme (verzachting: we hebben Pluisje in laten slapen, in plaats van: Pluisje is dood), sarcasme en de retorische vraag.

Begrijpen
Alle kinderen – op één na – begrepen in ieder geval één ironische opmerking. De meesten kinderen waren zich vanaf hun zesde al bewust van stijlfiguren, maar bepaalde vormen van ironie zoals de overdrijving begreep het kroost al op hun vierde. De kinderen die zelf stijlfiguren gebruikten, begrepen ze ook het best.

Thuis
“Voorgaande onderzoeken concludeerden dat kinderen ironie niet voor hun achtste of tiende begrepen,” vertelt onderzoeker Stephanie Alexander. “Maar deze onderzoeken werden in laboratoria gedaan en waren vooral gericht op sarcasme. Wij bestudeerden de kinderen thuis. En kinderen begrijpen complexe communicatie beter dan we in het verleden dachten.”

Vader en moeder gebruiken allebei stijlfiguren, maar doen dat op een verschillende manier, zo ontdekten de onderzoekers. Moeder gebruikt vaker de retorische vraag, terwijl vader sarcasme prefereert. Volgens de wetenschappers kunnen ouders stijlfiguren heel goed gebruiken om conflicten met het kind te sussen. Maar voorzichtigheid is geboden, zo waarschuwen ze. Lang niet elk kind begrijpt stijlfiguren al op zijn vierde, dus soms kan iets heel anders overkomen dan u het bedoeld heeft.