robot

Een robot programmeren: dat klinkt als een taak die alleen wetenschappers en techneuten kunnen vervullen. Maar niets is minder waar: Amerikaanse onderzoekers tonen aan dat zelfs kinderen het kunnen. En dat biedt mogelijkheden!

De onderzoekers verzamelden een aantal kinderen en lieten ze op een tablet Angry Birds spelen. Een humanoïde robot keek wat er gebeurde en sloeg de informatie die hij zo verzamelde op. “De robot leert door te kijken,” legt onderzoeker Ayanna Howard uit. “Hij weet dat de persoon het scherm hier raakte en daar weer losliet en ontcijfert vervolgens de informatie die belangrijk en relevant is voor zijn eigen vooruitgang.”

Mijn beurt!
Wanneer de kinderen enige tijd gespeeld hadden, was het de beurt van de robot. Die paste de informatie die hij tijdens de speelbeurt van het kind verzameld had, toe. Maar niet alleen het spel keek hij van het kind af. Ook de bewegingen van het kind deed hij na. Wanneer hij tijdens het spel faalt, schudt de robot bijvoorbeeld zijn hoofd. En als het wel goed gaat, lichten zijn ogen op, maakt hij een vrolijk dansje of een vrolijk geluidje.

Flexibel
“Eén manier om robots snel in de maatschappij te krijgen, is ze zo ontwerpen dat ze ook voor de eindgebruiker heel flexibel zijn,” vertelt onderzoeker Hae Won Park. “Als een robot alleen getraind is om een specifieke serie taken uit te voeren en niet in staat is om te leren en zich aan zijn eigenaar en omgeving aan te passen, kunnen zijn mogelijkheden extreem beperkt worden.” De robot die de onderzoekers ontwikkeld hebben, is absoluut flexibel. Hij leert continu nieuwe vaardigheden.

Therapie
En dat is handig voor de toekomst van de robot. Maar de onderzoekers ontwikkelden de robot vooral met het oog op hun leermeesters: de kinderen. In de toekomst willen onderzoekers een soortgelijke robot inzetten om kinderen met cognitieve of motorische beperkingen te helpen. De robot zou de kinderen bijvoorbeeld kunnen helpen tijdens therapieën. “Stel je voor dat een kind honderd armbewegingen moet maken om zijn handcoördinatie te verbeteren,” legt Howard uit. “Hij of zij moet een tablet dan herhaaldelijk aanraken en een swipe-beweging maken, iets wat na verloop van tijd saai en monotoon kan worden. Maar als een robotisch vriendje hulp nodig heeft bij een spel, is het waarschijnlijker dat een kind de tijd neemt om het de robot te leren, zelfs als dat betekent dat het kind keer op keer dezelfde instructies moet geven. Het verlangen van een kind om zijn ‘vriend’ te helpen kan een vijf minuten durende saaie oefening veranderen in een dertig minuten durende sessie die ze leuk vinden.” Experimenten tonen aan dat het daadwerkelijk zo werkt. Wanneer kinderen met autisme de opdracht kregen om Angry Birds te spelen, terwijl een volwassene toekeek speelden ze drie keer korter dan wanneer ze de opdracht kregen om een robot te leren hoe hij Angry Birds moest spelen. Ook was er meer interactie tussen het kind en de robot dan tussen het kind en de volwassene.

In de toekomst willen de onderzoekers ervoor zorgen dat de robot nog meer populaire spelletjes van kinderen kan leren. Denk aan Candy Crush of ZyroSky.