Kinderen zien objecten pas zoals volwassen als ze een leeftijd van dertien jaar bereiken. Dit blijkt uit een onderzoek van Jim Stone van de universiteit van Sheffield. Kinderen kregen verschillende foto’s van objecten te zien, zoals een vierkant en voetafdrukken. Kinderen moesten beslissen of de convexe (bolle) of concave (holle) kant van een object zichtbaar was.

Volwassenen gaan er standaard van uit dat licht van boven komt, of er moet een reden zijn om iets anders te denken. Jonge kinderen moeten dit vermogen nog leren.

Convex of concaaf
Jim Stone liet 171 kinderen tien foto’s zien en vroeg aan hen of de convexe of concave kant van een object zichtbaar was. Kinderen hadden het goed als ze aannamen dat het licht van boven kwam.

Groeiende perceptie
Volgens Stone leren kinderen net voor hun tweede verjaardag dat licht van boven komt. Dit aspect van hun visuele perceptie is pas volledig volwassen op dertienjarige leeftijd. Oftewel, op dertienjarige leeftijd gaan kinderen er – net als volwassen – standaard van uit dat licht van boven komt.

Wolken
“Jonge kinderen zien de wereld anders dan volwassen”, zegt Stone. “Hun perceptie lijkt een stuk variabeler te zijn. Kinderen kunnen niet naar wolken kijken zonder er een beer of een hond in te zien.”