tekening

De tekening die een vierjarige maakt, kan een beeld geven van hoe intelligent het kind op veertienjarige leeftijd zal zijn. Dat blijkt uit onderzoek. Het verband tussen tekenen en intelligentie wordt beïnvloed door genetische factoren.

Wetenschappers van King’s College London lieten ouders aan hun vierjarige kinderen vragen om een tekening te maken van een kind. Die tekeningen werden vervolgens door de onderzoekers beoordeeld, waarbij de tekening tussen de 0 en 12 punten kon scoren. Die score werd onder meer bepaald door de aanwezigheid en het correcte aantal lichamelijke kenmerken van het getekende kind. Zo scoort een tekening waarop een kind met twee benen, twee armen, een lichaam en een hoofd te zien is slechter dan een tekening met een lichaam, een hoofd, twee benen, twee armen, een neus, mond en oren (zie ook de afbeelding hieronder).

Tekeningen die kinderen op vierjarige leeftijd maakten. De tekening linksboven scoorde een 6, de tekening daarnaast een 10 en de tekening daarnaast een 6. De scores van de tekeningen daaronder (v.l.n.r.): 6, 10, 7. Afbeelding: King's College London.

Tekeningen die kinderen op vierjarige leeftijd maakten. De tekening linksboven scoorde een 6, de tekening daarnaast een 10 en de tekening daarnaast een 6. De scores van de tekeningen daaronder (v.l.n.r.): 6, 10, 7. Afbeelding: King’s College London.

Test
De kinderen maakten niet alleen een tekening. De onderzoekers stelden met behulp van verbale en non-verbale intelligentietesten ook vast hoe intelligent de kinderen waren. De kinderen ondergingen die testen op vierjarige leeftijd en precies tien jaar later, dus op veertienjarige leeftijd.

Resultaten
Uit het onderzoek blijkt dat er een verband was tussen de score die de kinderen met hun tekening behaalden en hun intelligentie op vierjarige en veertienjarige leeftijd. “De ‘Draw-a-Child-test’ is in de jaren twintig ontwikkeld om de intelligentie van een kind te beoordelen,” vertelt onderzoeker Rosalind Arden. “Het feit dat de test samenhing met de intelligentie op vierjarige leeftijd hadden we dan ook wel verwacht. Wat ons verraste was dat het tien jaar later samenhing met de intelligentie van een kind.”

Geen reden tot zorg
Het onderzoek is zeker niet bedoeld om ouders ongerust te maken. “De correlatie is matig,” zo benadrukt Arden. “Dus onze resultaten zijn heel interessant, maar willen niet zeggen dat ouders zich zorgen zouden moeten maken als hun kind een slechte tekenaar is. Tekenvaardigheden bepalen de intelligentie niet, er zijn tal van factoren – zowel genetisch als in de omgeving – die de intelligentie op latere leeftijd bepalen.”

Om te achterhalen of tekenvaardigheden erfelijk zijn, keken de onderzoekers naar de resultaten van eeneiige en twee-eiige tweelingen. Eeneiige tweelingen delen al hun genen. Twee-eiige tweelingen delen vijftig procent van hun genen. Zowel eeneiige als twee-eiige tweelingen delen – ervan uitgaande dat ze in hetzelfde gezin opgroeien – hun omgeving en familie en hebben toegang tot dezelfde materialen. Uit dat onderzoek blijkt dat de tekeningen die eeneiige tweelingen op vierjarige leeftijd maakten sterker op elkaar leken dan die van twee-eiige tweelingen. Dat wijst erop dat de verschillen tussen tekeningen van vierjarige kinderen vooral veroorzaakt worden door genetische factoren. “Dat betekent niet dat er een ‘teken-gen’ is,” vertelt Arden. “De tekenvaardigheden van een kind komen voort uit andere vaardigheden zoals observeren, het vasthouden van een potlood, enzovoort. We zijn nog lang niet in staat om te begrijpen hoe genen al deze verschillende soorten gedrag beïnvloeden.”