winst

Of we nu schaken, voetballen of online gamen: we willen winnen! Maar wanneer ontstaat die drang naar winst? Pas als we een jaar of vier zijn, zo suggereert nieuw onderzoek.

Onderzoekers van de universiteit van Warwick zetten een experiment op om te kijken of kinderen (tussen de drie en vijf jaar oud) begrijpen dat mensen soms handelen op basis van verkeerde informatie. Ze lieten de kinderen zien hoe een jongetje een stukje chocolade in een lade legt en vervolgens elders gaat spelen. “Dan komt er iemand binnen en die verplaatst de chocolade naar de kast,” vertelt onderzoeker Johannes Roessler. Daarop vroegen de onderzoekers aan de kinderen waar het jongetje als hij straks terugkomt en de chocolade wil eten, naar toeloopt. “Kinderen onder de vier jaar voorspelden dat hij direct naar de kast zou lopen, omdat de chocolade daar ligt.” Maar het jongetje kan dat natuurlijk niet weten. “De oudere kinderen voorspellen dat hij naar de lade zal gaan. Dat is het juiste antwoord, omdat het jongetje ervan overtuigd is dat de chocolade daar is. Dus jonge kinderen lijken nog niet goed te begrijpen dat de opzettelijke acties van mensen een reflectie zijn van hun overtuigingen omtrent hoe ze hun doel het beste kunnen bereiken.”

Doelen
In een tweede experiment keken de onderzoekers of jonge kinderen de doelen van mensen konden begrijpen. Ze zetten een spelletje op, waarbij de kinderen met een dobbelsteen moesten gooien. Het aantal ogen bepaalde vervolgens hoeveel kralen ze mochten pakken en op een standaardje mochten plaatsen. Het doel van het spel was: de standaard vol krijgen. De kinderen konden zodra ze met de dobbelsteen gegooid hadden, kiezen: of ze pakten de kralen uit een mandje op tafel of ze pakten de kralen van de standaard van hun tegenstander en dwarsboomden zo diens doel (het vol krijgen van zijn eigen standaard). Als kinderen de kralen van de standaard van de tegenstander halen, begrijpen ze blijkbaar dat de doelen van hun tegenstander haaks staan op hun eigen doelen.

WIST U DAT…

…driejarigen niet geven wat u vraagt, maar wat u nodig heeft?

Resultaten
Uit het onderzoek blijkt dat de kinderen die tijdens het eerste experiment dachten dat het jongetje naar de kast zou lopen, in het tweede experiment slechts zelden kralen van de standaard van de tegenstander pakten. Dat was zelfs het geval wanneer de tegenstander wel kralen van de standaard van de kinderen pakte. De kinderen namen daarop geen wraak. En dat is belangrijk. Als kinderen zouden begrijpen welk doel de ander met het ‘stelen’ van de kralen najoeg, dan zou men verwachten dat de kinderen in ieder geval zo af en toe op dezelfde manier zouden reageren, namelijk door ook kralen van de tegenstander af te pakken.

De onderzoekers concluderen dat kinderen onder de vier jaar doorgaans niet in staat zijn tot competitief gedrag. Natuurlijk zijn er vierjarigen die een uitzondering vormen op die regel, zo benadrukken de onderzoekers. Of een kind competitief gedrag begrijpt en vertoont, hangt namelijk niet af van die absolute leeftijd. In plaats daarvan is het afhankelijk van de wetenschap dat mensen soms handelen op basis van verkeerde overtuigingen. “Kinderen die dat niet begrijpen, hebben ook moeite met het concept competitie.” En over het algemeen begrijpen kinderen die de vier jaar gepasseerd zijn, pas dat mensen soms beslissingen nemen op basis van verkeerde overtuigingen.