2011md

Kleine planetoïden zien er wellicht heel anders uit dan gedacht. Tot die conclusie komen onderzoekers nadat ze de dichtheid van de ongeveer zes meter grote planetoïde 2011 MD met behulp van de ruimtetelescoop Spitzer bestudeerden.

De onderzoekers bestudeerden de planetoïde in opdracht van NASA. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie wil in het volgende decennium van deze eeuw een planetoïde vangen, richting de aarde slepen en door astronauten laten bezoeken. Momenteel zoekt NASA naar een planetoïde die de hoofdrol in deze ambitieuze missie zou kunnen spelen. 2011 MD is één van de kandidaten. De onderzoekers kregen de opdracht van NASA om de grootte van de planetoïde te achterhalen. De planetoïde moet namelijk niet te klein, noch te groot zijn, wil deze in aanmerking komen voor NASA’s plannen.

In het hart van de foto helemaal bovenaan dit artikel zie je de planetoïde 2011 MD in infrarood licht. Deze afbeelding laat zien hoe deze planetoïde er vermoedelijk van dichtbij uitziet: als een cluster stenen of een stofwolk met een steen in het midden. Afbeelding: NASA Jet Propulsion Laboratory.

In het hart van de foto helemaal bovenaan dit artikel zie je de planetoïde 2011 MD in infrarood licht. Deze afbeelding laat zien hoe deze planetoïde er vermoedelijk van dichtbij uitziet: als een cluster stenen of een stofwolk met een steen in het midden. Afbeelding: NASA Jet Propulsion Laboratory.

Diameter
De onderzoekers stelden vast dat de planetoïde een diameter van ongeveer zes meter heeft. Maar ze ontdekten nog iets bijzonders. “Mensen namen altijd aan dat kleine planetoïden de overblijfselen zijn van botsingen tussen grotere planetoïden,” legt onderzoeker Michael Mommert uit. “Dus deze hele kleine planetoïden zouden niets anders zijn dan keien die door de ruimte vliegen. Maar we ontdekten dat dit exemplaar (2011 MD, red.) voor 65 procent leeg is.”

Stofwolk
De resultaten suggereren dat 2011 MD geen klein steentje is, maar eerder een stofwolk met een steen in het hart of een cluster stenen. En 2011 MD staat niet op zichzelf. Eerder dit jaar observeerden de onderzoekers ook al een kleine planetoïde die voor een groot deel uit lege ruimte bleek te bestaan. “Wanneer je dit voor het eerst ziet, dan denk je: ‘Dat is een afwijkende planetoïde’,” vertelt onderzoeker David Trilling. “Maar twee uit twee, dan begin je te denken dat de kleine planetoïden er misschien helemaal niet zo uitzien als iedereen dacht.”

De onderzoekers hopen in de nabije toekomst de dichtheid van nog veel meer kleine planetoïden vast te stellen. “De dichtheid van 99,9 procent van alle planetoïden is onbekend,” merkt Trilling op. Door meer kleine planetoïden te bestuderen, kan wellicht worden vastgesteld of 2011 MD een regel of uitzondering is.