Het aantal grote vissen in de oceanen neemt rap af. En de kleine visjes profiteren daarvan: hun aantal is de afgelopen honderd jaar verdubbeld. Dat blijkt uit onderzoek. Grote vissen als tonijn, kabeljauw en tandbaarzen zijn met 66 procent teruggelopen, terwijl ansjovis en sardines rap in aantal toenemen. Overbevissing zou de belangrijkste veroorzaker van de verschuiving in de oceanen zijn.

“Overbevissing heeft absoluut het effect van ‘als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel’ op de oceanen,” stelt onderzoeker Villy Christensen. “Door de grote, roofdierachtige vissen uit de oceaan te halen, floreren de kleinere vissen.”

Leeg
Doordat de grotere vissen het moeilijk hebben, moet de mens meer moeite doen om dezelfde aantallen of zelfs minder vis boven water te halen. Dat wijst erop dat de oceaan zo langzamerhand toch echt ‘leeg’ begint te raken. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste vissoorten de afgelopen veertig jaar de hardste klappen hebben gekregen.

Minder wild
De wetenschappers baseren hun conclusies op zo’n 200 modellen. Ze maakten geen gebruik van de aantallen gevangen vissen die overheden en vissers rapporteerden. Volgens de onderzoekers is de oceaan echt aan het veranderen. “We zien een heel andere oceaan.” Het is geen wilde oceaan meer, maar een gebied waarin kleine visjes domineren.

Klein, maar fijn
Nu de grotere vissen echter steeds schaarser worden, zijn ook de kleinere vissen hun leven niet veilig, zo benadrukken de onderzoekers. Vissers beginnen steeds vaker op de kleinere visjes te vissen. De visjes worden gebruikt als voedsel voor mensen of voor vissen die in viskwekerijen groot worden gebracht.

WIST U DAT…

…kou ervoor zorgt dat sommige vissen krimpen?

Vraag
Hoewel het aantal kleine visjes op dit moment dus groeit, is het waarschijnlijk niet genoeg om te voldoen aan de vraag die er is. In 2006 ging maar liefst 76 miljoen ton voedsel uit de zee (grotendeels bestaande uit vissen) over de toonbank. En doordat wij mensen steeds meer moeite moeten doen om genoeg vissen te vangen, begint de visbranche ook steeds vervuilender te worden. In 2006 verbruikten vissers wereldwijd maar liefst 1,7 miljard watt oftewel 22,5 miljoen PK. “Het lijkt erop dat we harder moeten vissen om hetzelfde of zelfs een beperkter resultaat te bereiken en dat zegt wel iets over de gezondheid van de oceanen,” meent onderzoeker Reg Watson. En de vraag naar vis stijgt nog steeds. Met name in Azië wordt steeds meer vis genuttigd.

Er gaan al stemmen op om de visquota verder terug te brengen en ook het aantal dagen waarop gevist mag worden te beperken. De mens is overigens niet het enige probleem van de kleine en grote vissen: ook klimaatverandering gaat zijn tol eisen. “Onze studie wijst er inderdaad op dat we dubbel zo hard geraakt worden door de verandering van het klimaat,” vertelt Christensen. “Hogere watertemperaturen betekent namelijk minder vissen in de oceaan.”