Het kroost van gigantische vleeseters – zoals de bekende T. rex – dicteerde mogelijk hoe de lokale samenleving eruit zag.

Dat schrijven onderzoekers in het blad Science. Ze baseren zich op een analyse van gebieden waarin in het verleden veel resten van verschillende soorten dinosaurussen zijn teruggevonden. Al deze ‘dino-samenlevingen’ telden samen meer dan 550 dinosaurussoorten. De onderzoekers sorteerden de verschillende soorten per vindplaats naar massa en dieet. En dat leverde een opmerkelijke ontdekking op.

Gat
“Er is een gat,” zo stelt onderzoeker Kat Schroeder. “In samenlevingen met mega-theropoden (zoals T. rex, red.) komen maar heel weinig vleesetende dinosaurussen voor die tussen de 100 en 1000 kilo zwaar zijn.”

Het wijst er voorzichtig op dat in deze samenlevingen geen plaats was voor deze kleinere vleesetende dino’s. Hun plek werd hoogstwaarschijnlijk namelijk ingenomen door opgroeiende mega-theropoden, zo stellen de onderzoekers. “De jongen van mega-theropoden pasten precies in dat gat.”

Hier zie je het gat dat jongen, behorende tot de grote vleesetende dinosaurussen, opvulden. Zo’n gat zien we niet bij vleesetende zoogdieren. Afbeelding: UNM Biology Department.

Opgroeien
Mega-theropoden zoals de bekende Tyrannosaurus rex begonnen hun leven klein. De eieren waaruit deze dinosaurussen voortkwamen, boden slechts ruimte aan een organisme ter grootte van een huiskat. Het is nogal een verschil met de ouders, die duizenden kilo’s wogen en wel dertien meter lang konden worden. Een pasgeboren T. rex had dan ook een lange weg te gaan, waarbij deze van formaatje huiskat geleidelijk aan uitgroeide tot formaat touringcar. Aangenomen wordt dat een opgroeiende T. rex niet alleen groter werd, maar door de tijd heen ook steeds andere jachttechnieken gebruikte en andere prooien achterna zat. Een pasgeboren T. rex moet immers andere behoeftes gehad hebben dan een jongvolwassen exemplaar. Daarom gaan onderzoekers er ook vanuit dat zowel het dieet als het gedrag van grote vleesetende dinosaurussen terwijl ze opgroeiden, veranderde. En daarmee veranderde de rol die ze in hun ecosystemen speelden, dus ook. Onduidelijk was echter in hoeverre zij zo van invloed waren op de wereld om hen heen. Het nieuwe onderzoek brengt daar verandering in. “Wij wilden het idee dat dinosaurussen terwijl ze opgroeiden de rol van verschillende soorten op zich namen en zo het aantal soorten dat binnen een samenleving kon bestaan, beperkten, testen,” zo legt Schroeder uit.

Heel veel tieners
En de analyse wijst dus inderdaad uit dat samenlevingen met mega-theropoden weinig ruimte boden aan kleinere vleesetende dino’s. Maar is dat ook echt te wijten aan de jonge mega-theropoden? Om dat te achterhalen, bogen Schroeder en collega’s zich over de groeisnelheid van grote theropoden en de leeftijd waarop zij meestal het loodje legden. Afgaand op die analyse moeten de onderzoekers concluderen dat tieners – mede doordat volwassen exemplaren doorgaans een vroege dood stierven – in ieder geval goed vertegenwoordigd waren. “Dinosaurussamenlevingen waren vergelijkbaar met winkelcentra op zaterdagmiddagen; ze wemelden van de tieners. Een groot deel van de individuen binnen soorten bestond uit tieners en zij moeten een grote impact gehad hebben op het voedsel dat binnen de samenlevingen beschikbaar was.”

Jura versus Krijt
De onderzoekers bestudeerden niet alleen fossiele resten afkomstig van verschillende vindplaatsen wereldwijd; de resten waren ook afkomstig uit verschillende tijdvakken. Wat daarbij opvalt, is dat het ‘gat’ dat de onderzoekers in de dino-samenlevingen spotten, niet in elk tijdvak even groot was. Zo was het gat in het Jura kleiner dan in het Krijt. Maar Schroeder kan dat wel verklaren. “Mega-theropoden uit het Jura veranderden niet zo sterk; de tieners leken meer op volwassenen, waardoor er meer ruimte is voor verschillende mega-theropodenfamilies én veel kleinere vleeseters. In het Krijt domineren echter de Tyrannosaurussen en de Abelisaurussen, die terwijl ze opgroeiden wel heel sterk veranderden.”

Dat de opgroeiende grote vleeseters zo een enorm stempel drukten op hun ecosystemen, is niet zomaar een interessant gegeven. Het lost mogelijk ook twee mysteries op waar onderzoekers zich al lang het hoofd over breken. Paleontologen moeten afgaand op de dino’s die tot op heden zijn teruggevonden, namelijk concluderen dat de diversiteit onder dinosaurussen niet zo groot is. En – misschien nog wel raadselachtiger – dat er een grote diversiteit aan grote dinosaurussoorten is en de diversiteit onder kleine dinosaurussen behoorlijk tegenvalt. Het staat haaks op wat we bij andere (uitgestorven) diergroepen zien; daar is de diversiteit onder kleinere soorten doorgaans juist het grootst. Dit onderzoek kan helpen verklaren waarom de diversiteit onder kleinere dinosaurussen zo beperkt is; ze werden in veel samenlevingen weggeconcurreerd. “De ‘grow fast, die young‘-benadering van mega-theropoden resulteerde erin dat samenlevingen gedomineerd werden door jongeren die zowel morfologisch als functioneel de rol van mesocarnivoren vervulden,” zo schrijven de onderzoekers. “Het resulteert in de afwezigheid van individuele soorten mesocarnivoren in de fossiele archieven.” En dat helpt weer de beperkte diversiteit onder kleinere dinosaurussen én de dinosaurussengroep als geheel verklaren.

WIST JE DAT…
…onderzoekers onlangs mogelijk de grootste dinosaurus ooit hebben opgegraven? Het enorme reptiel kan bij leven weleens meer dan 40 meter(!) lang zijn geweest.