Het aapje struinde zo’n 18 miljoen jaar geleden over de aarde en was niet groter dan een hamster.

Een team van Peruaanse en Amerikaanse wetenschappers hebben de 18 miljoen jaar oude overblijfselen van de kleinste fossiele aap ooit opgegraven. De onderzoekers troffen in het Amazonewoud een gefossiliseerde tand aan. Na een grondige analyse bleek de tand toe te behoren aan een nieuw soort kleine aap die ongeveer net zo groot was als een hamster. Het nieuw ontdekte aapje heeft de naam Parvimico materdei gekregen.

Rivier
De onderzoekers deden de ontdekking langs de rivier Rio Alto Madre de Dios in het zuidoosten van Peru. Het team groef grote hoeveelheden zandsteen en grind op dat vervolgens in zakken werd gestopt en in water werd geweekt. Vervolgens werd het gruis gezeefd om er zo fossiele tanden, kaken en botfragmenten uit te filteren. Op deze manier werd zo’n slordige 900 kilo sediment doorzocht. Het team stuitte op honderden fossielen van knaagdieren, vleermuizen en andere dieren voordat hun oog op de tand van het aapje viel.


Een weergave van de gevonden gefossiliseerde tand in kwestie. De tand behoort toe aan het kleinste fossiele aapje ooit ontdekt. Afbeelding: Duke SMIF

Tand
De ontdekking is erg bijzonder. “De fossielen van primaten zijn net zo zeldzaam als de tanden van kippen,” zegt onderzoeksleider Richard Kay. “De vondst betreft een bovenste kies.” Paleontologen kunnen veel van tanden – en met name kiezen – aflezen. Op basis van de grootte en vorm van de tand denken de onderzoekers dat vooral vruchten en insecten op het menu van Parvimico materdei stond.

Klein
Ook konden de onderzoekers de grootte van het aapje bepalen. “Het is veruit de kleinste fossiele aap die ooit is gevonden,” zegt Kay. Ook vandaag de dag kennen we nog kleine aapjes. Denk bijvoorbeeld aan het Dwergzijdeaapje: het kleinste aapje ter wereld dat zich kan meten met een theekopje. Alleen het dwergzijdeaapje is kleiner dan de Parvimico materdei, maar echt nauwelijks,” aldus Kay.

Gat
De vondst helpt mee om een gapend gat in het fossielenbestand van zo’n 15 miljoen jaar te vullen. Men denkt dat apen zo’n 40 miljoen jaar geleden vanuit Afrika naar Zuid-Amerika migreerden. Hier vielen ze al gauw uiteen in 150 verschillende soorten die we vandaag de dag nog steeds kennen en waarvan de meeste in het Amazonewoud leven. Hoe dit proces zich echter precies ontvouwde is tot op heden een mysterie. Dat komt omdat onderzoekers erg weinig fossiele resten hebben gevonden die tussen 13 en 31 miljoen jaar oud zijn. De ontdekking van de tand van Parvimico materdei – die geschat word op zo’n 18 miljoen jaar oud – vult dat gat enigszins.


Het team is momenteel op een volgende expeditie in het Peruaanse regenwoud om meer fossielen te verzamelen. Hierbij concentreren ze zich met name op afgelegen rivieren met 30 miljoen jaar oude sedimenten. “Het zou geweldig zijn als we daar ook een primaat vinden,” besluit Kay.