Vorig jaar gingen 195 landen akkoord met een nieuw klimaatverdrag. Een belangrijk punt is dat de gemiddelde temperatuur op aarde niet meer dan twee graden Celsius mag stijgen. Toch gaat het hier om een gemiddelde globale stijging. Plaatselijk mag de temperatuur nog verder oplopen. Professor Sonia Seneviratne van het ETH Zurich en collega-wetenschappers vinden dit te abstract.

Het probleem is dat de temperatuur op het land harder stijgt dan boven oceanen. De grote vraag is wat een globaal maximum van twee graden Celsius voor individuele regio’s betekent. Een team van klimaatwetenschappers heeft een paper geschreven, dat te lezen is in het wetenschappelijke vakblad Nature. In dit paper berekenen de onderzoekers wat een gemiddelde stijging van twee graden betekent voor gebieden. De onderzoekers focusten zich op de landen rondom de Middellandse zee, de Verenigde Staten, Brazilië en de noordpool.

Voor landen om de Middellandse zee betekent een globale temperatuurstijging van twee graden Celsius een lokale stijging van gemiddeld 3,4 graden Celsius. Als landen rondom de Middellandse zee de temperatuur niet boven de twee graden Celsius willen laten komen, dan mag de globale temperatuur niet harder stijgen dan 1,4 graden Celsius.

Voor het noordpoolgebied heeft een globale stijging van twee graden veel grotere gevolgen. In het verre noorden zal de gemiddelde temperatuur dan zes graden Celsius stijgen. Het twee graden-doel wordt voor het noordpoolgebied al bereikt wanneer de globale temperatuur 0,6 graden omhoog gaat.

De wetenschappers concluderen dat hun berekeningen niet gedetailleerd genoeg zijn. Zo kunnen zij de evolutie van het klimaat alleen voor grote gebieden bepalen. “We kunnen de diagrammen dus niet gebruiken om de toekomstige temperatuur in een stad als Zurich te bepalen”, concludeert professor Seneviratne.