klimaat

Een klimaatscepticus gebruikt heel andere woorden dan ‘klimaatgelovigen’ wanneer ze spreken over klimaatverandering.

Dat blijkt uit een nieuw onderzoek. Wetenschappers analyseerden een rapport van de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en een rapport van het Nongovernmental International Panel on Climate Change (NIPCC). Eerstgenoemde partij stelt dat er overduidelijk sprake is van klimaatverandering en dat mensen het klimaat beïnvloeden, terwijl de tweede partij sceptisch is over de invloed die mensen op het klimaat zouden hebben.

Voorzichtiger en agressiever
Er bleken grote verschillen te zijn in het taalgebruik van het IPCC en NIPCC. Zo gebruikte het IPCC voorzichtigere woorden, zoals ‘misschien’ en ‘waarschijnlijk’, terwijl het woordgebruik van het NIPCC emotioneler was (denk aan woorden als ‘fout’ en ‘bangmaker’. Hoewel het IPCC duidelijk waarschuwt voor klimaatverandering, is hun rapport voorzichtiger en niet zo expliciet. Het rapport van de NIPCC bevat minder voorzichtige en agressievere woorden.

Stellig
“Gezien de wetenschappelijke consensus dat klimaatverandering een echte bedreiging is, zouden we mogen verwachten dat het IPCC-rapport een ietwat stelligere stijl heeft, maar dat is niet zo,” vertelt onderzoeker Srdan Medimorec. “Wellicht heeft de politieke sfeer klimaatwetenschappers voorzichtiger gemaakt in hun woordkeuze.”

“De woorden die door klimaatsceptici gebruikt worden, suggereren dat de argumenten die zij voortbrengen niet zo geloofwaardig zijn, omdat ze minder gefocust zijn op het noemen van bewijs en meer op het verwerpen van het perspectief van de tegenstander,” vertelt onderzoeker Gordon Pennycook. Onderzoeker Vanessa Schweizer voegt toe: “Wanneer mensen communiceren als pleitbezorgers dan zijn ze geneigd om stelligere taal te gebruiken dan gerechtvaardigd is. Wetenschappers daarentegen zijn voorzichtiger wanneer ze hun resultaten bekendmaken, omdat ze hetgeen uit de wetenschap geconcludeerd kan worden niet willen overdrijven.”